Dolfijn – Delphinus delphis
Inhoud:
Kenmerken | Verspreiding | Omgeving | Leefwijze
Voedsel | Voortplanting | Geluid

Gewone dolfijn
De dolfijn kan een totale lengte hebben van 1,80 tot 2,20 meter.
Een dolfijn heeft een slank gestroomlijnd lichaam met een spitse snuit.
De bovendelen zijn donkergrijs en onder de rugvin uitlopend in een V vorm, op de flanken lichtgrijze en geelachtige vlakken in de vorm van een zandloper.
De onderdelen zijn wit of crèmekleurig en ze hebben een driehoekige rugvin.
De gewone dolfijn is verspreidt over de gehele wereld, in tropische en warme zeeën.
Waaronder de Middellandse Zee, Zwarte Zee, de golfstroom volgend tot bij Britse eilanden en Scandinavië, ook in de Noordzee.
soms zijn er strandingen van dolfijnen in Nederland en België.
Deze dolfijn heeft een voorkeur voor kustwateren.
De dolfijn leeft sociaal in grote groepen en springt vaak boven water uit.
De dolfijn onderhoudt contact met soortgenoten door middel van geluid en oriënteert zich door gebruik van echolocatie in ultrasone geluidsbereik.

Een van de mooiste zoogdieren uit de zee de dolfijn
De dolfijn zijn voedsel is vis (meestal aan oppervlakte levende vis), ook inktvis is voedsel voor deze dolfijn.
De paartijd van de dolfijn is in de maanden juni tot september.
De draagtijd bedraagt 10 tot 11 maanden.
1 jong (zelden tweelingen) dat 1 jaar door de moeder gezoogd wordt.

Een groep dolfijnen die uit het water springen.
De gewone dolfijn is één van de meest algemene en best bekende dolfijnen.
Voor de Nederlandse en Belgische kust wordt deze soort tegenwoordig niet vaak gezien.
Andere soorten die hier regelmatig worden waargenomen, zijn bruinvis (Phocoena phocoena), witsnuitdolfijn (Lagenorhynchus albirostris), witflankdolfijn (Lagenorhynchus acutus), tuimelaar (Tursiops truncatus) en dwergvinvis (Balaenoptera acutorostrata).
Bovendien zijn nog ruim 15 soorten dolfijnen en walvissen bekend van waarnemingen en strandingen aan de Nederlandse en Belgische kust.
De gewone dolfijn zwemt meestal in groepen (scholen) van 15 - 30 dieren.
Soms kan men verscheidene honderden dieren in één groep aantreffen.
Gewone dolfijnen rijden graag mee in de boeggolf van een schip of walvis en demonstreren daarbij hun speelse elegante sprongen.
In elke kaakhelft staat een rij van 40-55 puntige kegelvormige tanden, de gewone dolfijn behoort tot de tandwalvissen.
De scherpe punten van de tanden zijn licht naar achteren gebogen.
Hierdoor hebben ze goed grip op de glibberige vissen die ze vangen (vooral haring en makreel).
Tandwalvissen hebben een echopeilsysteem ontwikkeld vergelijkbaar met dat van de vleermuizen waarmee ze zich onder water kunnen oriënteren en hun prooi lokaliseren.
Met grote snelheid stoten ze een serie klikgeluiden uit die deels in het ultrasone gebied liggen en voor het menselijk oor niet meer waarneembaar zijn.
Uit de echo’s van deze geluidsgolven kunnen de dolfijnen een nauwkeurig ‘’klankbeeld’’ van hun omgeving samenstellen.
Bovendien maken de dolfijnen gebruik van een groot aantal ook voor de mens hoorbare fluit- en piepgeluiden waarmee ze onderlinge contacten onderhouden.
De dolfijn maakt verschillende geluiden
- Klikken
- kwaken
- fluiten
Hieronder zie je een video van dolfijnen



