Meikever - Melolontha melolontha
Inhoud:
Uiterlijk
Verspreidingsgebied
Levenswijze
Ontwikkeling
Herkenbaarheid

De gewone meikever
Deze 2 tot 3 cm grote meikever is een van de bekendste inheemse kevers.
De dekschilden, die meestal roodbruin van kleur zijn, laten de punt aan het achterlijf onbedekt en hebben ribbels in de lengte.
De kop en het halsschild van de meikever zijn zwart.
De mannetjes en wijfjes zijn gemakkelijk van elkaar te onderscheiden en de antennen van het mannelijke dier bestaan uit zeven lange bladen, die van het wijfje uit zes korte.
De meikever is vooral in het laagland te vinden en in de bergen komt hij slechts tot op een hoogte van ca. 1000m voor.
Hij leeft aan bosranden, op akkers en in tuinen.
Als gevolg van intensieve bestrijding is de meikever heel zeldzaam geworden.

Hierboven de eitjes van de gewone meikever
De gewone meikever, zoals de naam al zegt, vliegen deze kevers vaak in mei uit
Ze zwermen in de avondschemering rond boomgroepen, waar ze van de bladeren eten.
Na de paring graaft het wijfje zich ca. 30 cm diep in de grond in en legt daar 10 tot 30 eitjes.
De meeste wijfjes sterven daarna; bij sommige herhaalt de cyclus van blad eten en eitjes leggen zich nog één of twee keer.

De larve (engerling) van de gewone meikever
Na een periode van 4 tot 6 weken komen de witachtige engerlingen (larven) van de meikever uit.
De larven blijven onder de grond en eten aanvankelijk humus, later ook plantenwortels, waardoor ze schade aan cultuurgewassen kunnen aanrichten.
Hun ontwikkeling duurt 3 tot 4 jaar, daarna verpoppen ze zich in de grond op een diepte van 1 meter of meer.
Volwassen meikevers, die in de herfst uitkomen overwinteren in de grond.

Hier zie je duidelijk de antennen van de gewone meikever
De larve van de meikever, de engerling, leeft uitsluitend in de grond.
Zie boven boven foto: De larve (engerling) van de gewone meikever.



