Winterkoning - Troglodytes troglodytes
Inhoud:
Beschrijving | Geluid | Verspreiding
Voortplanting | Voedsel

De winterkoning is een stand- en gedeeltelijke trekvogel.
De winterkoning is een zeer klein en rond vogeltje met bijna altijd een opgerichte staart.
Een winterkoning is een veel voorkomende solitaire vogel, die graag in het lage kreupelhout en tussen wortels rondscharrelt.
Vliegend legt de winterkoning slechts korte stukjes af.
Het luide gezang van de winterkoning is het hele jaar door te horen, een schetterend couplet met lage rollers.
Roept hard ‘tek-tek’, bij opwinding ook brommend ‘trrrt’.

De winterkoning of beter gekend als het winterkoningske.
De winterkoning komt voor in heel Europa met uitzondering van het hoge noorden.
De winterkoning bewoont bossen met veel kreupelhout, struiken, heesters, vooral graag in de buurt van water, van laagland tot in het hooggebergte.
Het mannetje maakt een kogelvormig nest met een zij-ingang; een stukje boven de grond, het liefst in de wortels van een omgevallen boom, in de nis van een muur of een gat in de aarde.
Eén mannetje maakt vaak meerdere nesten voor een aan tal vrouwtjes.
De broedperiode begint eind april.
Meestal 2 legsels. 5 - 6 witte eieren (1 6 x1 2 mm) met kleine zwarte of bruine puntjes.
Het vrouwtje broedt 14 - 16 dagen.
De kuikens van de winterkoning verlaten na 15 - 17 dagen het nest en worden door beide ouders gevoerd.

Hierboven zie je een nest van een winterkoning, met 4 hongerig kuikens.
De winterkoning eet voornamelijk insecten en spinnen.
Hieronder zie je een video van een winterkoning en hoor je zijn explosieve zang.



