GebruikersmenuClose

Menu

Menu

Wist u dat?

Een luiaard slechts een keer per week zijn behoeftes doet?

luiaard

Een luiaard komt slechts een keer per week uit de bomen om zijn behoeftes te doen.

Beoordelingen

maltezer ( 5 beoordelingen )
gele-dovenetel ( 4 beoordelingen )
beuk ( 3 beoordelingen )
hondsdraf ( 3 beoordelingen )
chimpansee ( 2 beoordelingen )
Powered by Spearhead Software Labs Joomla Facebook Like Button

Meerkikker - Rana ridibunda

Meerkikker - Rana ridibunda - 5.0 / 5 gebaseerd op 1 gebruikerswaardering

Inhoud:
Beschrijving | Voortplanting | Paarroep | Afweergedrag | Geslachtsonderscheid
Larve ontwikkeling | Jaar- en dagactiviteit | Bedreiging en bescherming

Klik hierboven op het plaatje voor een grotere afbeelding

Beschrijving

De meerkikker bereikt gewoonlijk een kop-romp-lengte van 100 tot 140 mm, alleen bij uitzondering komt een lengte tot 180 mm voor.

Dieren met een lichaamslengte van meer dan 100 mm zijn doorgaans vrouwtjes.

Vooral oudere dieren kenmerken zich door een brede, afgeronde snuit.

De relatief grote ogen hebben nagenoeg ronde pupillen, die aan de onderrand vaak voorzien zijn van een knik.

Het trommelvlies is duidelijk zichtbaar en heeft een doorsnede van circa 3/4 van de oogdoorsnede.

De achter het oog beginnende klierlijst loopt boven het trommelvlies langs en vandaar uit naar beneden naar de aanzet van de voorpoten.

De andere klierlijst vormt de dorsolaterale lijst die al in de lendenen eindigt.

Bij de strekproef reikt de hiel minimaal tot het oog. Net als bij alle andere groene kikkers zijn de zwemvliezen goed ontwikkeld.

Aan de rugzijde zijn de meerkikkers olijfbruin tot grijs of soms iets gelig van kleur.

Vaak loopt over de rug een gelige tot groene dorsale streep De donkere vlekken op de bovenzijde zijn vaak bruinig of groenig van kleur en hebben onregelmatige vormen.

Aan de binnenzijde van het dijbeen zijn grijze, wittige of soms groene of gelige vlekken zichtbaar.

Op de buikzijde zijn de dieren grijs tot zwart gevlekt op een lichte ondergrond.

 

Voortplanting

De voortplantingsperiode is weersafhankelijk en strekt zich uit
van eind april tot begin juni.

Het merendeel van de vrouwtjes zet de eieren af bij mooi weer in mei.

Meestal komen de mannetjes bij mooi weer in grote getallen in het open water samen om koren te vormen.

Er zijn dieren die door middel van roepen en agressief gedrag langere tijd een territorium verdedigen.

De territoriumgrootte varieert van 0,5 tot 8 m .

Andere mannetjes houden hun territoria veel korter aan en zijn zo veel mobieler.

Sommige mannetjes hebben helemaal geen territorium en houden zich iets afzijdig van de groep op.

De vrouwtjes benaderen dergelijke mannengroepen.

Meestal lukt het een sterk, territoriumvormend mannetje om het vrouwtje achter haar oksels te omklemmen.

Het paar zoekt vervolgens de oeverzone op.

De eiklompen worden aan onderwaterplanten vastgehecht en wel in de vorm van meerdere klompen, die iedere enige honderden eieren bevatten. Een meerkikker vrouwtje kan per seizoen maximaal 16000 eieren produceren, sommige vrouwtjes zetten slechts om het jaar eieren af.

De eieren zijn aan de bovenkant bruinig en aan de onderkant lichtgeel gekleurd en hebben een doorsnede van 1,5-2 mm, het geleiomhulsel 6-8 mm.

Na 4-7 dagen is de embryonale ontwikkeling voltooid.

Deze verloopt succesvol bij temperaturen tussen de 11 en 37° C.

 

Paarroep

De luide paarroep bestaat uit series van een luid lachend 'kè... kè...kèk'.

De meerkikkers produceren circa 10 tonen per seconde en een roepserie duurt 0,5 tot 1,7 seconden.

Tijdens de voortplantingspiek liggen de mannetjes met opgeblazen lichaam op het wateroppervlak, waarbij ze de achterpoten iets opgevouwen hebben en roepen ze vaak in koren.

Hierbij zijn de gepaarde kwaakblazen die aan weerszijde achter de mondhoeken opbollen, duidelijk zichtbaar.

Ze hangen als kauwgombellen aan weerszijde van de kop.

Buiten de voortplantingstijd roepen de dieren ook vanaf de oever, maar minder vaak.

Meerkikkers roepen zowel overdag als 's nachts.

Het geluid kan verwisseld worden met dat van de houtsnip en het wouwaapje.
 

Afweergedrag

Meerkikkers vluchten het water in, waar ze zich verbergen in het bodemsubstraat of tussen de waterplanten.

Als ze worden vastgepakt kunnen de dieren met open bek schreeuwen.

Ander passief afweergedrag bestaat uit: het zich opblazen, de kop wegbuigen en de snuitpunt op de grond drukken.

Soms voeren de dieren ook actief met hun kop stootbewegingen richting de vijand uit.

De larven zijn erg schuw en vluchten soms nogal onstuimig weg.

 

Geslachtsonderscheid

Mannetjes van de meerkikker hebben in de voortplantingstijd grijs tot zwart gekleurde paarkussentjes.

Hun voorpoten zijn forser dan die van de vrouwtjes.

Soms worden de koptekening en de iris van de mannetjes in de voortplantingstijd iets lichter.

De gepaarde kwaakblazen zijn rookgrijs tot zwart.
 

Larvale ontwikkeling, geslachtsrijp-heid, leeftijd

Bij een lengte van 6 -8 mm komen de dikkopjes uit het ei.

Tot aan de metamorfose kan een lichaamslengte van 50 - 70 mm worden bereikt.

Regelmatig worden 'reuzendikkopjes' van meer dan 100 mm waargenomen, die soms in het water overwinterd hebben.

Meestal is de metamorfose tussen half juli en half augustus voltooid.

Een enkele keer treft men in oktober nog dikkopjes en net gemetamorfoseerde kikkertjes aan.

De juvenielen hebben een kop-romp-lengte van 16 tot 25 mm.

Ze kunnen tot aan de eerste overwintering groeien tot een lengte van 40 mm.

Mannetjes kunnen in hun tweede levensjaar geslachtsrijp worden en nemen vanaf het daaropvolgende voorjaar deel aan het paringsgebeuren. Vrouwtjes zetten waarschijnlijk pas na hun derde overwintering eieren af.

Meerkikkers kunnen 11 jaar oud worden.

 

Jaar- en dagactiviteit

De meerkikkers houden tussen oktober en maart een winterrust (meestal in het water), maar dit wordt ook door (micro)klimatologische omstandigheden soms aanzienlijk beïnvloed. In de paartijd zijn de meerkikkers dag- en nachtactief. Meestal verwijderen de dieren zich niet verder dan 5 meter van het water.

 

Bedreiging en bescherming

Met name in de geïndustrialiseerde delen vormen vervuiling, de kanalisatie van rivieren en het verdwijnen van natuurlijke uiterwaarden belangrijkste bedreigingen.

Naast het beschermen van de natuurlijke uiterwaarden, zou ook meer onderzoek moeten worden gedaan naar de leefwijze van de meerkikker, omdat enkele details hiervan nog onvoldoende onderzocht zijn.

Hieronder is een video te zien van de meerkikker

5 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Waardering 100% (1 Beoordeling)

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Nieuws - Dieren

Geen feed gevonden

Recent bezocht

Laatste reacties