GebruikersmenuClose

Menu

Menu

Wist u dat?

De planeet Pluto eigenlijk een dubbelplaneet is?

pluto

De andere planeet heeft de naam Charon.

Beoordelingen

maltezer ( 5 beoordelingen )
gele-dovenetel ( 4 beoordelingen )
hondsdraf ( 3 beoordelingen )
beuk ( 3 beoordelingen )
chimpansee ( 2 beoordelingen )
Powered by Spearhead Software Labs Joomla Facebook Like Button

Beschrijving fruitbomen

Beschrijving fruitbomen - 5.0 / 5 gebaseerd op 3 gebruikerswaarderingen

Inhoud:

In het voorjaar bomen planten heeft ook voordelen

Voor een fruitboom speelt het vermoedelijk geen rol of hij in de herfst dan wel in het voorjaar wordt geplant,  hoofdzaak is dat het deskundig gebeurt en op een geschikte plaats.

De meeste tuiniers verkiezen echter de herfstaanplanting, omdat de boom dan in het voorjaar al veel nieuwe wortels ontwikkeld heeft.
Maar in zware grond kan men de bomen toch beter pas in het voorjaar planten, aangezien de jonge delen van het wortelgestel in de vaak natte bodem ’s winters makkelijk door wortelrot aangetast worden.

 

Bomen een zetje geven terwijl u ze plant

Jonge, nog onervaren aardbewoners willen we het beste meegeven voor hun verdere leven, en bij het uit te planten jonge bomen beginnen we met een nobele daad: al in de herfst graven we het plantgat uit, ongeveer een meter diep en breed.
De uitgegraven grond verdelen we over twee hopen – een hoop met de bovenste, betere aarde, en een hoop met grond uit de onderste bodemlaag.
Bij het planten in de lente gaat eerst de aarde van de bovenste laag weer de kuil in: net zoveel dat het daarop geplante boompje precies op de juiste hoogte komt, d.w.z. dat de veredelingsplaats (te herkennen aan een verdikking in de stam) een handbreedte boven het maaiveld uitsteekt.
Als de klaarliggende hoop niet volstaat, moet men van elders ‘goede grond’ aanvoeren, want een uitgebalanceerde voedselvoorziening geeft de jonge boom meteen een zetje.
Staat de boom naar wens op zijn ultrafijne grondlaag, dan nemen we wat gerst en strooien daarvan drie handen vol over de nog niet bedekte wortels, waarna het gat gedicht wordt met de rest van de aarde.
Het komt erop aan de bodem niet al te vast aan te stampen, anders warmt de gerst door gebrek aan lucht op en gaat hij rotten, en dat rot kan ook de jonge boom aantasten.
Wel moet de gerst langzaam vergaan en op die manier de kracht leveren voor een voorspoedige groei.
Het mooie daaraan is dat een boom die aldus een zetje kreeg, vroeger zijn eerste vruchten zal vormen.

 perenboom

 Pas aangeplante perenboom

Fruitbomen opkweken: een trotse kroon is een kwestie van correct wegzagen

Als we later over de jonge fruitbomen onder onze hoede willen kunnen zeggen dat ze een uitstekende jeugd gehad hebben, moeten we erop letten dat we niet te veel zijtakken wegsnijden voor het daar tijd voor is.
Ook van de zijscheuten die in de zomer groeien, moeten er altijd enkele blijven: de zijtakken werken immers de diktegroei van de stam in de hand en dus moeten er precies onderaan een paar blijven groeien.
Anders blijft de stam te dun om ooit een trotse kroon te kunnen dragen.
Na een paar jaar schakelen we over op stamverlenging en halen we de zijtakken wél weg.

 

Het snoeitijdstip hangt van het doel af: sterke scheuten of flinke vruchten

Bomen kan men snoeien vanaf het vatten van de bladeren tot kort voor de vorming van nieuwe scheuten in de lente.
Alleen op dagen waarop het kouder is dan -5°C snoeit men beter niet.
Afhankelijk van wat men wil bereiken, moet men de boom laat in de herfst of pas in februari snoeien.
Als men de bomen in de herfst snoeit, zal dit altijd tot sterke scheutvorming leiden.
Snoeien in februari daarentegen remt de scheutvorming en bevordert de vruchtvorming.

 

Grootvaders leifruit laat geen plek in de tuin ongebruikt

Gebrek aan plaats was ooit een belangrijke aanleiding om leibomen aan te planten.
Doordat vele mensen tegenwoordig ook niet meteen over een riante tuin beschikken, zijn leibomen weer een interessante keuze aan het worden als men in een mini-tuin meer wil dan een mini-oogst.
Zorgvuldig moet men dan de juiste rassen van appel, peer en ander fruit uitkiezen, afhankelijk van de windrichting waarop de muur gericht is waartegen de leibomen zullen komen.
Een beperkte selectie:

  • Tegen een zuidwand op drogere grond, waar het zeer zonnig en warm is, gedijen het best perenrassen als ‘Beurré Alexandre Lucas’ of ‘Comtesse de Paris’, alle perzikrassen en druiven; abrikozen alleen bij licht beschaduwde muren.
  • Muren op het noorden zijn koel, vochtig en beschaduwd; kersen kunt u hier nog zeer goed kwijt.
     
  • Een muur op het westen krijgt veel neerslag te verwerken; naar het zuidwesten toe zal hij wat warmer zijn, naar het noordwesten iets koeler.
    Hier gedijen perenrassen als ‘Conférence’ en ‘Gellerts Beurré’.
    In het appelrijk denken we b.v. aan ‘Landsberger Reinette’.
  • Muren op het oosten ten slotte zijn enigszins koel, maar droog en uit de wind; ze zijn bruikbaar voor peren als ‘Williams Bon Chrétien’, ‘Clapp’s Favourite’ en ‘Gellerts Beurré’; ‘Lane’s Prince Albert’ is een geschikt appelras.

Het is duidelijk: fruit oogsten vergt geen tuin ter grootte van een voetbalveld, want zelfs bij de
Meest bescheiden woning is meestal nog plaats.

appel

Foto van de appel nog in volle groei
 

Zwart of wit: geen kwestie van smaak

Muren of lattenwerk waartegen we leifruit laten groeien, zijn meestal zwart of wit geverfd.
De kleurkeuze gebeurt in dit geval niet zozeer uit esthetische overwegingen.
Onze voorouders stelden zich in dat verband al vragen over energiebesparing en kwamen na jaren van empirisch onderzoek tot de volgende vaststellingen en aanbevelingen:
donkere oppervlakken dienen vooral voor het opslaan van warmte.
Daarom kan men dikkere muren, die veel warmte kunnen vasthouden, het best in een donkere kleur verven.
Overdag slaan ze dan energie op, die ze ‘s nachts weer afgeven.
Met een dergelijk gegeven kan een tuinier zijn voordeel doen.
Bedenk bv. dat dergelijke ‘accumulatoren’ een vervroeging van de bloei mogelijk maken, al blijft de nachtvorst in dat geval een bedreiging vormen (veiligheidshalve toch maar voor afdekking zorgen).
Dun materiaal, zoals latten of zelfs muurtjes die amper warmte kunnen opslaan, geeft u een lichte tint.
Dat kan b.v. tot vervroeging van de oogst leiden.
Interessant is in elk geval dat beide energiebronnen hun rol spelen en dat men er doel- en energiebewust kan mee omspringen als men deze kennis wil benutten.

 

Appels bevruchten is geen zaak voor experten

Hebt ook u zich in de loop der jaren wel eens afgevraagd hoe het komt dat sommige mensen steeds prat gaan op een weelderige appeloogst, terwijl anderen zich soms tevreden moeten stellen met een overschot van enkele appels voor de naaste familie?
Onlangs nog wees grootvader erop dat er nauwelijks appelrassen zijn die zichzelf bestuiven, zodat we altijd ten minste twee bij elkaar passende rassen moeten hebben om nog maar
aan een behoorlijke oogst te kunnen denken.
En toch is het niet eens zo eenvoudig ‘Je hebt diploïde en triploïde rassen.
Eerstgenoemde kunnen elkaar bevruchten, laatstgenoemde kunnen niet buiten de eerste.
Als vuistregel kun je dan ook stellen dat je het best te minste twee diploïde rassen meer aanplant dan triploïde, zodat je verhoudingen krijgt als 1:3, 2:4, 3:5, enz.
Maar ook dat waarborgt nog geen goede oogst, goede lieden, want ook de bloeitijd van soorten die elkaar moeten bevruchten zal dan rond het zelfde tijdstip moeten vallen.’
Opa voegt er meteen geruststellend aan toe: ‘Ik geef toe dat het nog al ingewikkeld klinkt, maar in de dagelijkse praktijk is het alleen van belang als de tuinen in uw omgeving zo goed als appelboomloos zijn en er daardoor vruchtbaarheidsproblemen optreden in uw eigen boomgaard.
Als uw bomen te weinig vruchten dragen of als u nieuwe bomen wil planten, kunt u volgens grootvader dus het best beginnen met een grondige inventaris van de appelbomen in uw omgeving
Met die gegevens op zak trekt u naar een deskundige boomkweker die u kan informeren over goede rassencombinaties standplaats en bestuiving.
We houden het bij een overzicht van 5 bekende rassen met de rassen die ze bevruchten: het schema laat zien in welke mate u de populairste appelrassen onderling kunt combineren Rechts staan de rassen die geschikt zijn voor bestuiven van het ras ernaast.
Voorbeeld: het ras ‘James Grieve’ (2) kan bestoven worden door ‘Cox Orange’ (6), ‘Oogstappel (1) en ‘Baumanns Reinette’ (11).
 

Appelras wordt bestoven door
 

1. Oogstappel - 6,8, 11
2. James Grieve - 1,6,11
3.Gravensteiner - 1, 11
4. Jacques Lebel - 7, 10, 12
5. Signe Tillish - 1,6,7
6. Cox Orange - 7, 9
7. English Winter Goldpearmain - 8, I
8.Landsberger Reinette - 1,6,7, 12
9. Berlepsch - 7, 14
10. Jonathan - 1,5,6,7,11,14
11.Baumanns Reinette - l,7,8
12. Schone van Boskoop - 7,11,14
13. Reinette de Champagne - 14
14. Ontario - 7,9,11,13
15.Rijnse Boonappel -7,11,14

 

Vorstbescherming voor laagstammig fruit

‘Wat goed is voor groenten, zal voor bloeiende fruitbomen wel niet slechter zijn’, dacht grootvader op een dag.
Vandaar de mededeling die hij onlangs deed: ‘Als er nachtvorst dreigt, zet je maar een paar kacheltjes onder de bomen.
Als kachel neem je dan wel omgekeerde bloempotten met een theelichtje of andere lang brandende kaars erin.
Het is een methode die ik zelf bedacht heb voor lage fruitboompjes en leifruit.
En kijk mij niet zo ongelovig aan: het werkt echt, hoor!’

 

pruimen

Pruimen

Vorstbescherming voor boombloesems

Een originele methode om boombloesems tegen vorst te beschermen is de volgende: als er late maar lichte voorjaarsvorst dreigt (2°C) plaatst men onder de te beschermen bomen emmers met water.
Het verdampende water zorgt voor een soort nevel die de vorst afhoudt, maar natuurlijk alleen bij heel lichte vorst.
De gangbare methode om de bloei tegen vorst te beschermen bestaat in een licht besproeien van de bomen wanneer temperaturen onder nul voorspeld worden.
Wie de beschermende werking nog wil versterken, schaft zich extract van valeriaanbloemen aan en mengt dit (volgens de instructies van de fabrikant) met het sproeiwater.

 

Ingrijpen bij regen op fruitbloesems

Genoegen schuilt vaak in eenvoudige dingen, maar vaak zorgen ook de eenvoudigste problemen voor veel kommer en kwel.
Neem b.v. doodgewone regen.
Geen bijzonder probleem, behalve als hij samenvalt met de fruitbloei.
De vreugde is dan ver te zoeken, want als de bloemen nat zijn, ziet het er voor hun bevruchting niet rooskleurig uit.
Gelukkig beschikken wij mensen over het al even eenvoudige vermogen tot schudden.
Toegepast op een beregende fruitboom, eventueel met behulp van stokken, versnelt deze simpele techniek het opdrogen van de bloesems.
En omdat een korte periode zonder regen veelal volstaat voor de bevruchting, mag men van dit schudden geen te lage dunk hebben.

bloessems appelboom

De mooie bloesems van de appelboom

Verschillende manieren om bladsluisplagen te bestrijden

Onbekend maakt onbemind, maar bladluizen zijn ondanks hun bekendheid zeker niet bemind.
Bij droog en warm weer is hun voortplantingsdrang haast niet in te tomen, zodat tal van tuiniers hen naar het leven staan.
Soms met succes en niet altijd natuuronvriendelijk.
Luister maar naar enkele van de vele tips die ter ore kwamen.
De afsnijmethode
Aangezien bladluizenmeutes hun veroveringstocht altijd op de uiteinden van twijgjes e.d. beginnen, komt men al een heel eind door de toppen weg te snijden.
Ook een tijdig verwijderen van afzonderlijke bladeren die zich in talrijk bezoek mogen ‘verheugen’, kan een domper op de bladluizenontwikkeling zetten.
Deze onvriendelijke bejegening van bladluizen is bij alle fruitbomen geoorloofd, behalve bij pas geënt hout.
De afborstelmethode
Het succes van herhaald afborstelen van bladeren en takken is bewezen, al is dat voor bezitters van een flinke boomgaard niet echt haalbaar.
Een krachtige waterstraal biedt een modern alternatief dat minder inspanning vraagt.
De verbitteringsmethode
Nogal dodelijk voor bladluizen blijkt het contact met bepaalde bitterstoffen, zoals we die aantreffen in alsem (Artemisia absinthium) en in de wortels van gentianen (Gentiana lutea, G. punctata en G. purpurea).
Wie van dit terminale effect gebruik wil maken, zorgt voor een afkooksel of aftreksel.
Voor een afkooksel komen alleen houtige plantendelen in aanmerking, zoals wortels, die we in koud water opzetten, aan de kook brengen en anderhalf uur laten sudderen.
Daarna zeven.
Aangetaste planten bevochtigd men met het afgekoelde afkooksel of met een (als thee bereid) aftreksel.
De hoeveelheid vloeistof moet zo worden afgemeten dat ze snel kan worden verbruikt, d.w.z.voor ze na enige dagen door geurontwikkeling niet de bladluizen maar de besproeier op de vlucht jaagt.
Bitterstoffen vinden we ook in de volgende planten; kalmoeswortel (Acorus calamus), duizendblad (Achillea millefolium), engelwortel (Angelica archangelica) en duizedguldenkruid (Centaurium umbellatum).
De afzeepmethode
Zeepwater stond lange tijd bekend als het beste middel tegen bladluis.
We maken het op dezelfde manier als we scheerschuim maken,d.w.z. dat de verhouding goed is als de kwast veel schuim losmaakt.
Voor bruine bladluizen op kersenbomen mag het mengsel een stuk krachtiger zijnen dus meer zeep bevatten.
Aanbrengen kan op verschillende manieren.
Doorgaans volstaat het dat men schuim met een grofharige kwast op de getroffen plaatsen strijkt.
Hardnekkige aantasting kan men weer beter te lijf gaan met een spons;eerst flink laten volzuigen en vervolgens op de aangetaste twijgen drukken.
Nog sneller ten slotte gaat het met de blote hand; pak een stevige portie schuim en strijk daarmee van onder naar boven over de twijgen; op die manier wordt de onderkant van de bladeren automatisch mee bevochtigd, en ook daar kunnen bladluizen zitten.
Kleinere twijgen kunnen we gewoon in het schuim onderdompelen.
Omdat de eitjes van bladluizen door dergelijke maatregelen ongemoeid blijven, moet u het afzepen na twee tot vier weken nog eens herhalen; dan zijn uit de eitjes immers nieuwe bladsluislarven gekomen.

Bladluizen weglokken van uw fruit

Van de voorliefde die bladluizen voor Oost-Indische kers hebben, kan men gebruik maken: zaai of plant er de fruitbomen onder die u tegen aantasting door bladluizen wilt beschermen.
De bladluizen voelen zich doorgaans sterker tot het kruid aangetrokken dan tot de voor hen even heerlijke bladeren van uw fruitbomen.

Zeep in rupsennesten die uw fruitbomen bedreigen

Op de mooiste plek maakt men zijn stek, moeten de rupsen gedacht hebben toen ze hun nest bouwden in de twijgen en takken van onze fruitbomen.
Egoïstisch als we zijn, maken wij het de rupsen echter bijzonder ongemakkelijk door de nesten te bestrijken met zeepwater (van groene of neutrale zeep).
Maar wat doen we aan nesten die zich onbereikbaar hoog bevinden?
Praktisch voor zo’n geval is een stok van de vereiste lengte, waarvan het uiteinde in wol gewikkeld is – wol is geschikt omdat hij zeer veel vocht kan opnemen en vasthouden.
Met behulp van deze ‘lange arm’ komen we nu bij de hooggelegen rupsennesten, waarop we dan de volgezogen wol leeg drukken.

 

Een heet stortbad tegen rupsenspinsel

Rupsen richten, beschermd door dichte spinsels, vaak grote schade aan in de fruitteelt.
In hun spinsel hoeven ze immers niet bang te zijn voor vogels, die op zoek naar voedsel het kleverige kluwen ongemoeid laten.
Een bestrijdingsmethode die haar nut al bewezen heeft, is het afspuiten met een warmwaterstraal, waarvan de temperatuur echter niet hoger mag liggen dan 45°C.
Het best lukt dat met een elektrische pomp die warm water aanvoert vanuit een kuip.

 

Rupsen vangen met behulp van ruwe wol

Toen er nog geen kant-en-klare lijmbanden te koop waren, wist men ook al raad met spinnende rupsen.
Op voorouderlijke wijze ging dat zo: in de late herfst wikkelde men om de bomen in kwestie ruwe wol,d.w.z. in nog niet gewassen en gespoten toestand.
Die wol heeft van nature een soort lijmend effect.
Eind januari werd het wolverband weggehaald en ‘onschadelijk gemaakt’.
Vroeger kwam dit neer op verbrandoing, maar tegenwoordig is het verboden in eigen tuin over te gaan tot afvalverbranding.
Het diep begraven van de ‘bewoonde’ wol is een ecologisch verantwoord alternatief, dat trouwens ook geschikt is voor het verwijderen van door schimmel aangetast fruit.
Wie heel gewetensvol te werk wil gaan, moet nakijken of de wolbanden toevallig geen nuttige dieren herbergen, zoals oorwormen of lieveheersbeestjes.
Die worden verlost en krijgen een beter onderdak, b.v. een met houtwol gevuld potje.
In ruwe wol schuilt een voordeel t.o.v. lijmbanden, want die maken genadeloos ook met nuttige dieren korte metten.

Pluimveehouders: geen angst voor kersenvliegen

Ter bestrijding van de kersenvlieg kan men handig gebruik maken van een gewoonte van de larven.
Die verpoppen immers uitsluitend op geringe diepte in de grond.
In de herfst hoeft men de bodem onder getroffen kersenbomen slechts bij herhaling los te maken en er de kippen op los te laten — die lusten de larven wel.
Pech voor wie geen pluimvee heeft natuurlijk...

Kersen beschermen met klank en beeld

Omdat vogels even graag kersen eten als wij (en wij dat het liefst zelf doen), moeten we de gevederde concurrentie met grootvaderlijk raffinement op andere gedachten brengen.
Het enige wat we daarvoor nodig hebben, zijn twee stukjes glas die we in de boom ophangen zodat ze bij het minste briesje rinkelen en schitteren.
Grotere bomen behoeven een evenredig groter afweerapparaat, en er zijn omstandigheden denkbaar waarin al dat gerinkel samen voor heus nachtlawaai kan zorgen.
Met de medebewoners van uw buurt kan het dan kwaad kersen eten zijn.
Ook daaraan moet u denken.

Bestrijding van zaagwespen op pruimenbomen

Wie de zaagwesp op zijn pruimenboom echt een hak wil zetten — en dat zal heus niet alleen opa zijn — moet dat maar eens proberen door de boomkruinen te overgieten met een aftreksel van vlierbloemen: dat helpt tegen aantasting.
Om resultaat te boeken, moet men de behandeling toepassen vôôr de bloemen opengaan en deze in mei nog twee tot drie keer herhalen.
Het doel van de hele onderneming is: de zaagwespen met de besproeiingen beletten dat ze eitjes afzetten.
Om (met koud water) het aftreksel te maken, rekent men een handvol verse of een eetlepel gedroogde vlierbloemen per liter water.
Grootvaders afweerarsenaal telt echter nog meer wapens: in de vliegperiode kan men de wespen soms makkelijk en massaal uit de bomen schudden.
Als men het insect op de boom aantreft (zwart, roodachtig-bruingele poten, vier transparante vleugels), kan men de exemplaren bij donker en fris weer op doeken onder de boom schudden, want bij slecht weer is een zaagwesp immobiel.
Bij mooi weer zou men de dieren met dat geschud alleen opschrikken en dus niet verdrijven - men heeft dan trouwens wat beter te doen dan insecten op te jagen.
Wie preventief iets wil doen tegen een aantasting gedurende het volgende jaar, moet de afgevallen vruchten dagelijks verzamelen en vernietigen – ja, ook bij heel, heel mooi weer.
(Men kan de wormstekige vruchten ver van de boom ongeveer een meter diep begraven).
Om achter dat werk enige spoed te zetten, kan men het vallen van wormstekig fruit versnellen door beheerst te schudden.

kersenbloesems

Mooie kersenbloesems

Maatregelen tegen wormstekigheid

Het kan meer dan ontgoochelend werken als de langverbeide eerste vruchten aan een jonge boom vroegtijdig afvallen omdat ze wormstekig zijn.
Wie zich in een dergelijke geestestoestand bevindt, kan zijn teleurstelling wegwerken met kordate reddingsmaatregelen: zodra men de geringste aantasting heeft vastgesteld,
haalt men de ongewenste gasten met een kegelvormige uitsnijding uit de vrucht.
Met een beetje geluk kunnen de aldus geopereerde vruchten toch nog rijpen en het snijvlak met een nieuw schilletje bedekken om onherstelbare verliezen te voorkomen.

Maretak in een boom is niet onschadelijk

Sinds enige tijd beweert men dat maretakken bedreigd zijn.
Anderzijds zou het ontbreken van goede overlevingskansen alleen gelden voor rassen die minder goed aan onze geografisch bepaalde omstandigheden aangepast zijn.
Daarnaast is de maretak geliefd vanwege de geheimzinnigheid die er omheen hangt, zijn reputatie als heilzame plant (b.v. binnen een alternatieve immuuntherapie) en last but not least zijn fraaie uiterlijk tijdens de bloei.
Sommige mensen halen de plant zelfs eigenhandig in hun tuin binnen.
Een individueel exemplaar van deze halfparasiet kan een gezonde boom geen ernstige schade toebrengen, maar bij grotere aantallen loopt het voor de bezochte boom vaak fataal af, omdat de wortels van een maretak diep in het hout kunnen doordringen en daar water en voedingsstoffen weghalen.
De enige manier om een boom te redden die overvloedig door maretak is aangetast, is meteen de radicaalste van onze aloude methoden: alle aangetaste takken afzagen.
Daarbij mag u ervan uitgaan dat een maretak zijn wortels tot ongeveer 1,5 meter van de eigenlijke plant uitstrekt.

maretak

De maretak is eigenlijk een halfparasiet

Boomkanker voorkomen is beter dan genezen

Kanker treft niet alleen mensen, maar kan ook bomen zwaar doen lijden.
Kankergezwellen aan bomen moet men royaal uitsnijden, d.w.z. tot in het gezonde hout. Vervolgens maakt men de wond dicht met een in de vakhandel verkrijgbaar wondafdekmiddel.
Men kan echter ook helemaal niets op de wond doen, wat vanuit ecologisch standpunt misschien de voorkeur verdient boven een scheikundig middeltje.
Bij zo’n natuurgetrouw gedeeltelijk nietsdoen moet u echter wel bedenken dat het snijvlak dan heel schoon (lees: glad) het genezingsproces moet ingaan.
Daarmee verhindert men namelijk dat zich in oneffenheden vocht kan verzamelen: vocht moet probleemloos weg kunnen stromen.
Men kan het herstelproces gunstig beïnvloeden door steeds weer nieuwe kleine insnijdingen te maken in het nieuwe weefsel aan de wondrand (in de binnenrand van het wondweefsel dat zich later vormt).
Daarmee gaat men door tot de wond zich helemaal gesloten heeft.
Uit eigen ervaring kan men immers weten dat een wondje sneller geneest als het niet door een pleister bedekt is - mits de omstandigheden op de huid (ook op die van de boom) hygiënisch zijn.
Dat bomen kanker krijgen, heeft vaak te maken met hun standplaats:
men geeft de schuld aan te zware grond of aan ondergrondse wateraders.
Krijgt men de ziekte gewoon niet onder controle, dan zit er soms niets anders op dan helemaal door de zure appel te bijten: uw geliefde bomen rooien en elders opnieuw proberen.
In dat geval moet u kleigrond tot op een diepte van één meter verbeteren met een mengsel van zand en gesteentemeel.
Natte grond voorziet u van drainage.
Tot de appel- en perenrassen waarvan uit ervaring bekend is dat ze bij ongunstige omstandigheden snel kanker krijgen, behoreno.m.:

  • Appels

Berner Rozenappel, Blenheimer Goudreinette, Reinette de Champagne, Landsberger Reinette, Boonappel, Cox Orange, Gele Edelappel, Goldpearmain, Ingrid Marie, Jacques Lebel, Oogstappel, Ontario, Signe Tillisch.

  • Peren

Gellerts Beurré, Togerse Peer, Winternelis.

Bij gomziekte weet de boomdokter raad

De gomziekte kan voor bomen een heuse kwelling zijn.
De plantendokter heeft daartegen echter een puike remedie uit de natuur zelf: zuring.
De door gomziekte aangetaste schorsdelen worden geheel weggesneden en met gekneusde zuringbladeren dept men de wonde krachtig en wrijft men ze in, zodat het groene sap in het hout kan dringen.
Aldus behandelde plekken genezen snel en er groeit weer gezonde schors.
En aangezien al onze gewaardeerde steenfruitsoorten het slachtoffer kunnen zijn, verrichten wij deze ingreep maar al te graag.

Even besproeien geeft meer vrucht ontwikkeling

De ontwikkeling van vruchten kan men krachtig bevorderen als men de bomen meermaals besproeit met verschaald water, indien mogelijk’s avonds maar niet als de zon schijnt.
Bovendien moet men er rekening mee houden dat een succesvolle vruchtontwikkeling ook betekent dat men bij een overvloedig aantal vruchten een deel opoffert, d.w.z. verwijdert.
De ontwikkeling komt dan volledig ten goede aan de overblijvende vruchten.

 

Correct uitdunnen: het T-stadium

Door voldoende en op het juiste tijdstip uit te dunnen, beïnvloedt men niet alleen gunstig de komende appeloogst: het dunnen werkt ook preventief tegen een ongewenste opbrengstschommeling in het jaar erna.
Een voorwaarde voor succes is in elk geval dat het werk voor 20 juni gebeurt.
Rond die tijd werpen de bomen weliswaar uit eigen beweging vruchtjes af, maar die ‘zelfuitdunning’ volstaat meestal niet wat de wensen van de menselijke fruitverbruikers betreft.
Ook als het u moeite kost, zou u niet meer dan één appel per 10 cm twijglengte mogen laten hangen.
Rassen die veel neiging tot opbrengstschommeling vertonen (zoals Schone van Boskoop, Ontario, Ingrid Marie of Gravensteiner) dunt men zelfs nog sterker uit.
Van belang is te weten welke vruchtjes mogen blijven en welke u wegsnoeit.
Hoewel de vruchten uit de middenbloemen vaak een ontwikkelingsvoorsprong hebben, verwijdert men ze niettemin, omdat ze vaak misvormde appels opleveren.
Men verwijdert ook alle vruchten die rond 20 juni nog niet het T-stadium bereikt hebben.
Dergelijke ‘nakomers’ zullen immers bij de oogst in de regel niet bijzonder goed ontwikkeld zijn.

zuring

De zuringbladeren helpen tegen gomziekte
 

Waarheen met afgevallen Fruit?

Fruit dat te vroeg afgevallen is en daardoor onbruikbaar is, wordt op een doelmatige manier tot de laatste vrucht verzameld en indien mogelijk een meter diep begraven.
Dat vernietigt gegarandeerd de schadeverwekkers die er eventueel in nestelen.
Ook al lijkt de vaak indrukwekkende biomassa van een hoop afgevallen fruit op het eerste gezicht geschikt als compostmateriaal, toch kan men het maar beter niet gebruiken, juist vanwege de mogelijke aantasting door schadeverwekkers, die men dan nietsvermoedend met de compost over de hele tuin zou verspreiden.

fruitboom

Fruitboom in bloei

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Waardering 0% (0 Beoordelingen)

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Nieuws - Dieren

Geen feed gevonden

Recent bezocht

Laatste reacties