GebruikersmenuClose

Menu

Menu

Beoordelingen

beuk ( 4 beoordelingen )
hondsdraf ( 3 beoordelingen )
satansboleet ( 2 beoordelingen )
mierikswortel ( 2 beoordelingen )
abessijnse-gladiool ( 2 beoordelingen )
  • Ree - Capreolus capreolus

    Inhoud:
    Beschrijving | Kenmerken | Verspreiding | Habitat
    Leefwijze | Voedsel | Voortplanting

     

    ree 

     

    Ree - Capreolus capreolus

     

    Beschrijving

    Het ree bewoont in zijn grote verspreidingsgebied de meest uiteenlopende habitats: bossteppen, moerassen en hooggebergte.

    In West-en Midden-Europa weet hij zich te handhaven in verstedelijkte gebieden en komt zelfs voor in grote stadsparken en groenstroken langs autosnelwegen.

    In veel streken is hij een echte cultuurvolger geworden, hij eet graag van de door mens geplante gewassen.
    Witte, zwarte en zelfs bonte exemplaren zijn niet zeldzaam.

    Het karakstieke gewei van een volwassen reebok heeft zes enden.

    Het gewei bestaat niet uit hoorn maar uit massief been; het wordt ieder jaar opnieuw gevormd, bedekt door een zachte behaarde huid (bast).

    In mei schuurt, veegt, de reebok de ingedroogde bast af tegen takken.

    Het gewei doet alleen tijdens de bronsttijd diienst als "statussymbool" en toernooiwapen.

    Na het einde van de bronsttijd neemt de hoeveelheid van het mannelijke geslachtshormoon, testoteron, af in het lichaam van de reebok en dit vormt ook de aanzet tot het het afwerpen van het gewei.

    Reeën hebben op hun achterste een cirkelvormige witte vlek, de spiegel.

    Het staartstompje valt binnen de speigel en is daardoor vrijwel onzichtbaar.

    In de zomer is de spiegel licht geelachtig van kleur, 's winters is hij spierwit en duidelijk groter.

    De spiegel is van belang voor het bij elkaar houden van het roedel, op de vlucht oriënteert ieder ree zich op de spiegel van zijn voorganger.

    Dit speelt vooral 's winters een rol als de reeën in grotere leven.

    In het voorjaar vallen alle roedels in kleinere groepen uiteen en bezetten de bokken en geiten ieder een eigen territorium dat ze markeren door een secreet uit de voorhoofdsklier tegen dunne boomstammen te takken te wrijven.

    Bij het voorspel van de paring achtervolgt de reebok de reegeit met grote snelheid totdat hij zich door hem laat inhalen en tot de paring bereid is.

    De ontwikkeling van de bevruchte eicel in de baarmoeder stopt in een zeer vroeg stadium en groeit in het volgende voorjaar pas tot een embryo uit.

    Het ree is het enige dier met een gewei waarvan een verlengde draagtijd bekend is.

    Deze verlengde draagtijd kan enkele weken maar ook vijf maanden duren, afhankelijk van het moment waarop de bevruchting plaatsvond.

    De kalfjes worden steeds in mei of of begin juni geboren.

    Het zijn meestal tweelingen en ze blijven de eerste dagen stil verborgen liggen.

    De moeder zoekt ze alleen op om ze te zogen.

    De pasgeboren kalfjes blijven niet alleen doostil liggen maar hebben ook geen eigen geur.

    Daardoor kan het voorkomen dat zelfs een jachthond ze op 2 - 3 meter kan passeren zonder ze op te merken.

    Als men een bij toeval gevonden reekalfjes aanraakt of of optilt dan krijgt het de geur van de mens, veel moederreeën worden dan bang van hun eigen jong en laten het niet meer drinken.

    Men moet daarom altijd alleen liggende reekalfjes altijd laten liggen, want ze zijn zelden in de steek gelaten en hun moeder is in de buurt.

     

    ree 

    Ree

     

    Kenmerken

    De ree weegt ongeveer 15 - 35 kg

    De vacht is is s' zomers roodbruin en in de winter grijsbruin.

    De ree heeft een witte spiegel, het kalf heeft een witte vlektekening.

    De ree heeft meestal een gewei met 6 enden.

     

    Verspreiding

    In België en Nederland.

    Geheel Europa, behalve Ierland, Ijsland, Noord-Scandinavië en eilanden in Middellandse Zee; Noord-Azië tot in China.

     

    Habitat

    De ree leeft in loof- en gemengd bos met veel ondergroei en open plekken, bosranden, bij rivieren, weiden, parklandschap, in gebergte tot boomgrens.

     

    Leefwijze

    De ree is hoofdzakelijk actief in schemering; loop snel maar heeft weinig uithoudingsvermogen; springt en zwemt goed.

    Hij leeft 's winters in losse groepverbanden met 3 tot 30 dieren, 's zomers solitair.

    De ree markeert zijn woongebied met secreet uit geurklieren.

     

    Voedsel

    De ree eet Bladeren, knoppen, kruiden en vruchten.

     

    Voortplanting

    Paartijd juli - augustus.

    De draagtijd van de ree is 7 maanden ( verlengde paartijd); 1 - 2 jongen die in eerste week na geboorte stil verborgen blijven liggen, daarna de moeder volgen.

    De kalfjes worden 2 - 3 maanden gezoogd en zijn na 1 jaar zelfstandig.

     

    ree 

    Ree

  • Hertachtigen - Cervidae

    hertachtigen

    Herten komen voornamelijk voor in bossen en wouden, sommige herten leven ook op open grasvlakten, maisvelden, in moerassen en op toendra's.


    damhert
    edelhert
    eland
    ree
    rendier
    Damhert
    Edelhert
    Eland
    Ree
    Rendier

    {jcomments off}

  • Padden

    padden

    Kikkers en padden kijken oppervlakkig vrij gelijkaardig. Echter, kikkers hebben meestal een gladde, vochtige huid en besteden het grootste deel van hun leven in of nabij het water (de vochtigheid maakt hen gevoelig voor uitdrogen). Ze hebben langere achterpoten dan padden en karakteristiek verplaatsen ze zich door te springen. In tegenstelling, padden hebben meestal een droge, wratachtige uitziende huid en besteden het grootste deel van hun tijd leven op het land.

    gewone pad
    rugstreeppad
    vroedmeesterpad
    geelbuikvuurpad
     
    Gewone pad
    Rugstreeppad
    Vroedmeesterpad
    Geelbuikvuurpad
     

    {jcomments off}

  • Rugstreeppad - Bufo calamita

    Inhoud:
    Beschrijving | Verspreiding |
    Leefwijze | Bedreiging en bescherming | Video
     

    rugstreeppad

    De rugstreeppad

     

    Beschrijving

    De rugstreeppad is een vrij grote pad met opvallend korte poten waardoor hij weinig springt, maar wel in staat is om snel te lopen.

    De rugstreeppad is gemakkelijk herkenbaar aan de dunne gele streep op de rug.

    Lengte: maximaal 7 cm.

    De rugkleur is grijsbruin met donkere en lichte vlekken.

    De keel is ongevlekt en bij de vrouwtjes vuilwit van kleur.

    De larve van de rugstreeppad is gitzwart van kleur en iets kleiner dan de larve van de gewone pad: 1.5 tot 2.5 cm.

     

    Verspreiding

    De rugstreeppad is een soort van open, hoog dynamische terreinen, bij voorkeur op een goed graafbare bodemsoort.

    In Nederland en België zijn dat voornamelijk uiterwaarden, heides op hoge zandgronden en in de duinen.

    Daarnaast wordt hij in west Nederland ook wel gevonden op kleigronden of laagveengebieden.

    In dat geval is er meestal wel een zandlichaam in de vorm van (spoor)dijken of opgespoten zand aanwezig.

    Naarmate een gebied meer dichtgroeit met bomen en struweel, verdwijnt de rugstreeppad, om plaats te maken voor de gewone pad.

    Ook in zijn voortplantingswater heeft de rugstreeppad het liefste zo min mogelijk begroeiing.

    Kale oevers en ondiep water zijn de belangrijkste kenmerken voor een geschikt voortplantingswater.

    Vooral tijdelijke wateren voldoen aan die eisen: vochtige duinvalleien, ondergelopen weilanden en laagtes in heideterreinen.

    Maar ook regenplassen op opgespoten zand. Vandaar dat ze soms massaal te vinden zijn op bouwlocaties waar zand is opgespoten.

    Dit zijn logischerwijs zeer tijdelijke vindplaatsen.

    {adselite}

     

    rugstreeppad

    De rugstreeppad

     

    Leefwijze

    Zoals de meeste amfibieën is ook de rugstreeppad een uitgesproken nachtbraker.

    Pas tijdens het invallen van de schemering komt hij tevoorschijn om op open plekken te gaan jagen.

    Soms zie je ze 's nachts op zandpaden hun typische korte sprintjes trekken.

    De rugstreeppad begint pas laat aan de voortplanting.

    Zo rond half april trekt hij vanuit zijn overwinteringslocatie (soms wel een meter diep onder de grond) naar het voortplantingswater.

    Eenmaal in het water aangekomen laten de mannetjes al zittende in het ondiepe water hun luide roep weerklinken.

    Het ratelende geluid is tot op een kilometer afstand te horen en trekt soortgenoten uit de wijde omgeving aan.

    De rugstreeppad is een zeer slechte zwemmer.

    Hij zoekt altijd een plek op in het water, waar hij op de bodem kan zitten terwijl zijn kwaakblaas net boven het wateroppervlak uitkomt.

    Op dergelijke plaatsen worden ook de eieren afgezet.

    De rugstreeppad kent een zeer lang voortplantingsseizoen dat sterk afhankelijk is van de weersomstandigheden.

    Het begin van het seizoen wordt meestal ingeluid door een periode met warm en vochtig weer.

    Tot in juli kan opeens weer een opleving in voortplantingsactiviteit plaatsvinden.

    Veelal na een periode van overvloedige regen en warm weer.

    Zo werd dit jaar door Piet van Merrebach begin juli, na enkele stortbuien, weer volop roepende mannetjes en eisnoeren waargenomen in het Delerwoud.

    Het kan dus voorkomen dat er weer eiersnoeren in het water liggen terwijl de juvenieltjes van vroege legsels al gemetamorfoseerd zijn.

    rugstreeppad - Eiersnoer

    De rugstreeppad - Eiersnoer

     

    De ontwikkeling van ei tot juveniel voltrekt zich bij de rugstreeppad zeer snel.

    Want hoewel het voortplantingsseizoen ongeveer een maand later begint dan bij de gewone pad, vind de metamorfose vaak tegelijkertijd plaats.

    Dit is ook wel noodzakelijk omdat het type water dat ze voor de voortplanting uitkiezen meestal gedurende de zomer opdroogt.

    Dit brengt een risico met zich mee voor de rugstreeppad. Het kan natuurlijk te vroeg opdrogen, waardoor alle larven verloren gaan.

    Het heeft echter ook voordelen, namelijk dat dergelijk water zeer weinig predatoren bevat (vis, libellenlarven) en snel opwarmt in de zon waardoor de ontwikkeling van het ei en de larve zeer snel kan gaan.

     

    rugstreeppad - paartje

    De rugstreeppad - paartje

     

    Bedreiging en bescherming

    De rugstreeppad staat momenteel te boek als "thans niet bedreigd".

    Desalniettemin is hij sinds 1950, veertig procent in verspreiding achteruitgegaan.

    Dit is vooral te wijten aan het verdwijnen van de dynamiek uit de natuur en verdroging van het landschap waar juist tijdelijke wateren sterk onder te lijden hebben.

    De huidige trends in natuurbeheer waarbij de grotere natuurterreinen veelal weer natter gemaakt worden en de natuur wat meer zijn gang mag gaan, kan goed uitpakken.

    Vooral als hierdoor in zandgebieden weer verstuiving kan plaatsvinden.

    Keerzijde is echter dat veel terreinen weer dicht mogen groeien met opslag.

    Dat is weer nadelig voor deze soort.

    Hieronder heb je een video van de rugstreeppad

Uw tuin is geen kattenbak voor de buren ? Verjaag katten met dit toestel !

Laatst toegevoegde video's