GebruikersmenuClose

Menu

Menu

Wist u dat?

Een mier mensen kan doden?

buldogmier

Het gaat hier om de buldogmier (Myrmecia pyriformis)

Beoordelingen

maltezer ( 5 beoordelingen )
gele-dovenetel ( 4 beoordelingen )
beuk ( 3 beoordelingen )
hondsdraf ( 3 beoordelingen )
chimpansee ( 2 beoordelingen )
Powered by Spearhead Software Labs Joomla Facebook Like Button

Orang-oetan - Pongo pygmaeus

Orang-oetan - Pongo pygmaeus - 10.0 / 5 gebaseerd op 1 gebruikerswaardering
  • Verspreiding: Noord-Sumatra en het grootste deel van de laaglanden van Borneo.
     
  • Biotoop: tropisch regenwoud in laagland en heuvelland, moerasbos.
     
  • Grootte: de kop-romplengte van het mannetje is 97cm, van het wijfje 78 cm, lengte mannetje 137 cm, wijfje 115 cm, gewicht mannetje 60-90kg, wijfje 40-50 kg.
     
  • Vacht: de vacht is dun, lang, stug rood haar, variërend van helder oranje bij jonge dieren tot kastanjebruin of chocoladebruin bij sommige volwassen dieren.
     
  • Gezicht: het gezicht van de orang-oetan is onbehaard en zwart, maar rossig op de snuit en rond de ogen van jonge dieren.
     
  • Draagtijd: de draagtijd is tussen de 260-270 dagen.
     
  • Levensduur: de levensduur is ongeveer 35 jaar (tot 50 jaar in gevangenschap).

Ondersoorten; Pongo p. pygmaeus op Borneo; P.p. abelii Sumatra, slanker, met langer gezicht, langer haar en lichtere vachtkleur dan P.p.pygmaeus.

Enige lid van het geslacht
Familie: Pongidae

(B) = Bedreigd

Oerang-oetan

De orang-oetan is de grootste mensaap

De schuwe orang-oetan (Maleis voor ‘bosmens’) is de mysterieuze grote rode mensaap van Azië.
Hij woont in de afgelegen warme, vochtige oerwouden van Borneo en Sumatra en lange tijd was hij bekender uit fantastische inheemse verhalen en door zijn reputatie als ontvoerder van mooie meisjes dan uit onderbouwde wetenschappelijke onderzoekingen.
De laatste jaren is er echter een aantal uitgebreide onderzoeken naar dit fascinerende dier gedaan, en hoewel nog niet alle geheimen ontsloten zijn, is de orang-oetang nu een van de bekendere primaten.
De orang-oetan is een grote, rode, langharige mensaap met een zeer opvallend uiterlijk.
Hij is overdag actief en brengt het grootste deel van zijn tijd in de bomen door.
Volwassen mannetjes zijn ongeveer twee keer zo groot als wijfjes en hebben wangranden van bindweefsel die hun gezicht vergroten en erg lang haar, dat hun agressieve imponeergedrag nog indrukwekkender maakt.

Orang-oetans hebben zeer lange armen om zich door de bomen voort te bewegen en haakvormige handen en voeten.
Ze gebruiken hun gewicht om bomen heen en weer te laten zwiepen tot ze de ruimte kunnen overbruggen om van de ene naar de andere boom te komen.
De meeste orang-oetans komen slechts zelden op de grond, maar mannetjes vaker dan wijfjes.
Op de grond gebruiken ze hun sterke armen om takken te buigen en af te breken om op die manier voedsel te bemachtigen en slaapnesten voor de nacht te maken.
Hun gebit en kaken zijn relatief zwaar om ruwe planten, stekelige vruchtenschillen, harde noten en boomschors open te kunnen scheuren en te vermalen.
Orang-oetans hebben een grote keelzak, die het meest ontwikkeld is bij volwassen mannetjes en die tijdens het roepen opgeblazen wordt en als klankkast dienst doet bij de diverse geluiden, vooral bij de territoriale ‘langgerekte roep’ van het volwassen mannetje.
Orang-oetan heeft grote hersenen en is evenals de andere mensapen zeer intelligent.

 

 

Oerang-oetan

De orang-oetan brengt veel tijd door in de bomen

Orang-oetans zijn duidelijk afstammelingen van een van de Sivapithecus fossiele apen uit het Mioceen, maar hun precieze afstamming is niet bekend.
Er zijn orang-oetans van reusachtige afmetingen bekend uit het Pleistoceen in China, en subfossiele orang-oetans van ongeveer 30 procent grotere omvang dan de huidige zijn bekend uit grotten op Sumatra en Borneo.
Tijdens het Pleistoceen kwam een kleine vorm op Java voor, maar die is nu uitgestorven.
Het lijkt erop dat de voorouderlijke orang-oetans meer bodemdieren waren dan de huidige, maar de verontwikkelde anatomische en functionele aanpassing van orang-oetans aan het tropische regenwoud wijst op een zeer lange, gelijktijdige evolutie van verschillende kenmerken.
Uit biochemische vergelijkingen blijkt dat de orang-oetan veel minder nauw verwant is met de mens dan de Afrikaanse mensapen, de gorilla en de chimpansee.
De orang-oetan kan een enorme hoeveelheid voedsel op en zit zich soms de hele dag in dezelfde vruchtboom vol te proppen.
Ongeveer 60 procent van al het voedsel dat hij eet bestaat uit vruchten, waar onderbekende tropische soorten als doerian, ramboetan, broodvrucht, lychees, manggis, mango en vijg.
De rest van het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit jonge bladeren en scheuten, maar de dieren eten ook regelmatig insecten, aarde die rijk is aan mineralen, boomschors en houtige lianen en soms eieren en kleine gewervelde dieren, die ze uit nesten van vogels en eekhoorns halen.
Water wordt uit boomholten gedronken: de aap dompelt zijn hand erin en zuigt de waterdruppels op die van zijn harige pols vallen.
Orang-oetans foerageren langzaam, maar over grote afstanden, en meestal alleen, op zoek naar vruchten; ze hebben een buitengewoon talent om die te vinden.
Ze trekken op een efficiënte manier door het woud rond, waarbij ze een grote kennis van het woud, de seizoenen en de relatieve posities van bepaalde bomen tentoon spreiden, en ze kunnen bepalen waar de voedselplaatsen zijn door de bewegingen van andere dieren te observeren — vooral die van neushoornvogels en duiven, vogels die hetzelfde voedsel eten.

 

Oerang-oetan met jong

Een orang-oetan wijfje met haar jong

Orang-oetans leven lang en planten zich langzaam voort.
Hun voortplantingssysteem is gebaseerd op het voortbrengen van een paar goed gezonde, goed verzorgde jongen, niet op grote aantallen met een hoog sterftecijfer.
Wijfjes worden geslachtsrijp als ze ongeveer tien jaar zijn en gaan iedere keer een aantal dagen achter elkaar met volwassen mannetjes om tijdens een bronst van verscheidene maanden tot ze zwanger worden.
Daarna leven ze alleen om hun jongen te baren en groot te brengen, die ze zogen tot ze drie jaar zijn.
De jongen klemmen zich aan de moeder vast en slapen bij haar in het nest tot zij weer een jong krijgt.
De periode tussen de geboorten is soms maar drie jaar, maar bij de meeste populaties in het wild krijgen de wijfjes slechts één jong in de zes jaar en blijven ze vruchtbaar tot ze ongeveer dertig jaar oud zijn.
De voortplantingsstrategie van het mannetje bestaat uit het verkrijgen van een gebied waarin zoveel mogelijk bronstige wijfjes wonen.
Hij gaat met deze wijfjes om als ze bronstig zijn en zwanger worden en gedraagt zich agressief tegen andere volwassen mannetjes die zijn gebied binnendringen.
Als de wijfjes binnen zijn gebied eenmaal zwanger zijn of voor hun jongen zorgen, zijn ze verscheidene jaren seksueel oninteressant, zodat zeer dominante mannetjes dan soms naar een ander gebied met meer wijfjes trekken.
Orang-oetans zijn tamelijk solitaire dieren.
Afgezien van tijdelijke, seksuele paarvorming foerageren volwassen dieren in hun eentje, waarbij ieder dier een eigen, maar niet exclusief woongebied van verscheidene vierkante kilometers heeft.
Jongen blijven bij hun moeder.
Jonge dieren van 3 tot 7 jaar worden steeds zelfstandiger en trekken soms alleen rond; tegen de tijd dat ze 7 tot 10 jaar oud zijn hebben ze hun moeder meestal verlaten.
Jonge orang-oetans zijn het meest sociaal, zoals ook het geval is bij andere mensapen, en komen soms bij elkaar om een paar uur te spelen of trekken rond in paren of sluiten zich bij familiegroepjes aan.
Als verscheidene volwassen orang-oetans elkaar ontmoeten, bijvoorbeeld bij een belangrijke voedselbron als een vruchtdragende vijgenboom, is er vrijwel geen sociale interactie en ze vertrekken afzonderlijk als ze genoeg gegeten hebben.
Toch is het duidelijk dat ondanks dit gebrek aan belangstelling voor elkaar, wilde orang-oetans alle dieren in hun directe omgeving kennen en dat ze ook een goed idee hebben van de plaats waar andere dieren in het omringende woud zich bevinden.
Bijna-volwassen mannetjes (10 tot l5jaar oud)zijn gewoon solitair, roepen niet en gaan soms in het geheim met wijfjes om.
Vooral volwassen mannetjes hebben veel aandacht voor elkaars bewegingen en geven luide, lang aangehouden roepen om duidelijk te maken waar ze zitten.
Confrontaties tussen mannetjes worden vermeden, maar als ze elkaar toevallig ontmoeten geven ze zich over aan agressieve imponeergedragingen, waarbij ze elkaar aanstaren, hun keelzakken opblazen of woest in het rond rennen, aan takken rukken en ze afbreken en soms roepen.
Meestal blaast een van de mannetjes de aftocht en vlucht over de grond, maar soms doen er zich gevechten voor en grijpen en bijten de tegenstanders elkaar.
De meeste volwassen mannetjes dragen de littekens, gescheurde wangranden of stijve gebroken vingers uit vroegere gevechten.
Hij de orang-oetan populaties die overbevolkt raken of op een andere manier sociaal verstoord worden, als gevolg van het verdwijnen van hun biotoop door het rooien van de wouden, wordt de agressie tussen de mannetjes steeds groter, wordt de paarvorming minder en worden minder jongen geboren.
Dergelijke veranderingen zijn misschien aanpassingen om de populaties te stabiliseren met een minimum aan conflicten en zo weinig mogelijk risico voor de jongen.

 

Baby Oerang-oetan

Een baby orang-oetan

Er zijn ook aanwijzingen dat volwassen mannetjes hun agressieve territoriale gedrag voortzetten zelfs wanneer ze niet meer seksueel actief zijn, als ze boven de 30 zijn.
Dit lijkt erop te wijzen dat de mannetjes een gebied verdedigen tot hun grootste jongen oud genoeg zijn om hetzelfde gebied over te nemen.
Er is echter meer langdurig veldonderzoek nodig om deze theorieën te bevestigen.
De mens is al een serieuze concurrent van de orang-oetan sinds zijn voorouders zo’n 9 miljoen jaar geleden de Aziatische regenwouden binnentrokken.
Orang-oetans houden van precies dezelfde vruchten als de mens, en de mens heeft consequent de wouden van de apen vernietigd en zelfs op orang-oetans gejaagd voor het vlees.
De inheemse bevolking van Borneo heeft veel ontzag voor de orang-oetans.
Sommigen voelen zich geestelijk verwant met orang-oetans, anderen denken dat orang-oetans afstammen van een in ongenade gevallen man die het woud in gevlucht is.
Veel inheemse verhalen gaan over seksuele betrekkingen tussen man en aap, en vrouw en aap; orang-oetans in gevangenschap zijn seksueel inderdaad zeer actief
Orang-oetans zijn gevoelige, lieve huisdieren en waren zeer populair voor het in Maleisië en Indonesië illegaal werd er een te houden of te verkopen.
Mannetjes in gevangenschap worden soms slechtgehumeurd en sommige, schijnbaar gehoorzame dieren hebben zich woest tegen hun oppasser gekeerd en daarbij zelfs wel vingers af gebeten.
Orang-oetans in gevangenschap scoren zeer hoog in vergelijkende intelligentie-experimenten, hetgeen enigszins verrassend is met het oog op hun relatief eenvoudige levensstijl en sociale betrekkingen.
Dat de orang-oetan een zeer intelligent dier is blijkt ook uit zijn buitengewone vermogen om vruchten te vinden in het tropische regenwoud waar het fruit meestal schaars is en in ver uiteen gelegen bomen gevonden wordt.
Een goed geheugen voor tijd en plaats en het vermogen tot logisch redeneren zijn noodzakelijk bij het voorspellen van voedselplekken.

 

Oerang-oetan

De orang-oetan is eigenlijk een intelligent dier

Daar ze nauw verwant zijn aan de mens kunnen orang-oetans drager zijn van verscheidene menselijke ziekten (zoals malaria en virusinfecties) en parasieten, maar contact in het wild is zo zeldzaam dat dit niet als een ernstig gezondheidsprobleem wordt beschouwd.
Er is grote bezorgdheid over de situatie van de orang-oetan.
Deze spectaculaire mensaap is al uit verscheidene van zijn vroegere woongebieden verdwenen, en de tropische regenwouden slinken in een angstaanjagend tempo door het kappen voor de houtindustrie en de landbouw.
Een tijdlang werd de soort ernstig bedreigd door de handel in orang-oetanbaby’s voor dierentuinen en als huisdier.
Wijfjes werden doodgeschoten om hun jongen te vangen en veel jongen stierven tijdens de vangst en het transport.
Het verbieden van deze afschuwelijke handel en verbeteringen in de bescherming van het dier hebben de situatie drastisch verbeterd.
Onderzoek heeft aangetoond dat orang-oetans niet zo zeldzaam zijn als vroeger werd gedacht:
populatiedichtheden variëren van 1 tot 5 dieren per vierkante kilometer, afhankelijk van de kwaliteit van de biotoop — maar de toekomst van het regenwoud blijft onzeker.
Uiteindelijk zal er misschien een verstandiger gebruik en beheer van de regenwouden ontstaan, maar op korte termijn is de enige manier om de orang-oetan te redden zoveel mogelijk van zijn biotoop te beschermen als maar mogelijk is binnen de grenzen van de natuurreservaten en nationale parken.
Gelukkig zijn natuurbeschermers in Indonesië en Maleisië zeer succesvol geweest bij het vestigen van dergelijke reservaten, en belangrijke populaties worden nu beschermd in het Gunung Leuser Nationale Park op Sumatra, de nationale parken Tandjung Puting en Kutai en de reservaten Gunung Palung en Bukit Raja op Borneo, het Lanjak Entimau reservaat in Sarawak (Maleisië) en het Danum Valley reservaat op Sabah (Maleisië).
Er zijn verscheidene opvangcentra in Maleisië en Indonesië gevestigd om in beslag genomen jonge orang-oetans die als huisdier werden gehouden te trainen, zodat ze weer in het wild los gelaten kunnen worden.
Er is enig succes geboekt, vooral bij het vestigen van de aandacht op de moeilijke situatie van deze bijzondere mensaap.
Men is het er echter in het algemeen wel over eens dat dieren die aan mensen gewend zijn, en menselijke ziekten kunnen overbrengen, beter niet los gelaten kunnen worden op gezonde wilde populaties.
Deze dieren kunnen beter losgelaten worden in gebieden waar geen wilde orang-oetans meer voorkomen, zodat ze daar nieuwe populaties kunnen vestigen.

 

Oerang-oetan, wijfje met jong

Wijfje met jong, die klemt zich aan de moeder vast

De langgerekte roep van het mannetje

Van tijd tot tijd wordt de ochtendrust in het oerwoud verstoord door een merkwaardig geluid: het gekraak van een tak die afgebroken en op de grond gesmeten wordt, gevolgd door een serie luide brullen die oplopen tot een climax van geloei, en dan afnemen tot een herhaald sputterend, kreunend geluid.
Die hele opeenvolging van geluiden kan een minuut of twee duren; dit is de langgerekte roep van het orang-oetanmannetje.
Volgens een inheemse legende drukt het orang-oetanmannetje hiermee zijn verdriet uit om het verlies van zijn menselijke bruid toen zij uit het nest in de boomtoppen, waar ze gevangen werd gehouden, ontsnapte.
Biologen zijn het nog steeds niet over de functie van de roep eens.
Is het een territoriale roep om andere mannetjes af te weren!
Een seksueel vertoon om bronstige wijfjes te lokken?
Of een sociaal signaal waarmee het mannetje de hele gemeenschap ervan op de hoogte stelt waar hij uithangt?
Waarschijnlijk heeft deze roep al deze functies tesamen.
Waarnemingen van roepende mannetjes tonen aan dat de neiging om te roepen toeneemt als het slecht weer is, als andere mannetjes roepen, als de roeper andere mannetjes tegenkomt, en als hij dicht in de buurt is van bronstige wijfjes.
De reactie van orang-oetans als ze de roep horen varieert.
De meeste geven geen richtbare reactie.
Indringers of bijna volwassen mannetjes gaan meestal rustig weg, terwijl andere dominante mannetjes antwoorden en de roeper uitdagen.
Sommige wijfjes met jongen verbergen zich in een boom als ze een roepend mannetje in de buurt horen; andere wijfjes worden door de roeper aangetrokken en gaan naar hem toe.
Hen lijkt duidelijk dat de roep in ieder geval onder volwassen mannetjes een functie heeft bij het handhaven van de onderlinge afstand.
Grote mannetjes houden afstand van elkaar en de roepen bieden hen de mogelijkheid om
elkaars bewegingen in de gaten te houden.
De roepen lokken waarschijnlijk bronstige wijfjes, en dienen wellicht ook als een coördinerend signaal voor de hele orang-oetan populatie in het gebied.
Er zijn gecoördineerde, seizoengebonden trekbewegingen van hele gemeenschappen over verscheidene kilometers waargenomen er, deze zouden geleid kunnen worden door het geroep van de mannetjes.

2.75 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Waardering 55% (2 Beoordelingen)

Reacties   

0 #1 RE: Orang-oetan - Pongo pygmaeuscoco 02-12-2013 13:38
:cry: :cry: :cry: :cry: :cry:
mag ik een oerang oetan? :lol: :lol: :lol:
Citeer | Melden aan beheerder

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Nieuws - Dieren

Geen feed gevonden

Recent bezocht

Laatste reacties