GebruikersmenuClose

Menu

Menu

Wist u dat?

Wist je dat Vlinders met hun poten proeven?

vlinder

Vlinders kunnen met hun poten proeven op welke plant ze zitten.

Beoordelingen

maltezer ( 5 beoordelingen )
gele-dovenetel ( 4 beoordelingen )
kippen ( 3 beoordelingen )
dagpauwoog ( 2 beoordelingen )
hondsdraf ( 2 beoordelingen )
Powered by Spearhead Software Labs Joomla Facebook Like Button

Ijsbeer – Ursus maritimus

Ijsbeer – Ursus maritimus - 5.0 / 5 gebaseerd op 2 gebruikerswaarderingen


ijsbeer

De ijsbeer: de grootste vleesetende viervoeter

Algemene kenmerken

  • Verspreiding: de ijsbeer leeft voornamelijk in het poolgebied op het noordelijke halfrond.
  • Biotoop: drijfijs en water, eilanden en kusten.
  • Grootte: lichaamslengte van mannetjes 2,5 tot 3 m, wijfjes 2 tot 2,5 m.
  • Gewicht van mannetjes: tussen de 350 - 650 kg of meer bij dieren met een dikke vetlaag, het gewicht van de wijfjes schommelt tussen de 175 - 300 kg.
  • Vacht: wit, of geelachtig door vuil en oxydatie van robbevet.
  • Draagtijd: de draagtijd is rond de 8 maanden.
  • Levensduur: de levensduur van de ijsbeer is tussen de 20 à 25 jaar.
     

De ijsbeer leeft in koude en onherbergzame streken, waar de meeste van ons nooit zullen komen.

Toch bestaat er voor ijsberen, die een onderdeel vormen van de cultuur van de volkeren in het hoge noorden, veel belangstelling bij mensen over de hele wereld die deze diersoort voor uitroeiing willen behoeden.

Niet alleen is de ijsbeer de grootste vleesetende viervoeter, hij is ook uniek door de combinatie van zijn omvang, zijn witte vacht en zijn aanpassing aan het water.

IJsberen zijn even groot als, of zelfs nog groter dan, bruine beren, maar ze zijn minder fors gebouwd, met een meer langwerpige kop en nek en aangepast aan een omgeving van ijs en sneeuw.

Een dikke wintervacht en een vetlaag beschermen hen tegen koude lucht en water.

Ze zijn geheel behaard, op de neus en de zoolkussentjes van de voeten na; de kleine oren zijn eveneens een aanpassing aan de kou.

De melk van ijsberen heeft een hoog vetgehalte (31 procent), waardoor de jongen hun lichaamstemperatuur op peil kunnen houden en snel kunnen groeien tijdens de vier maanden voor ze het hol verlaten.

De witte vachtkleur dient als camouflage en de klauwen zijn ontzettend scherp, zodat ze hun zeehondenprooi stevig kunnen beetpakken.

Hun scherpe reukzin is een essentiële hulp hij het jagen.

IJsberen kunnen zonodig vele uren achter elkaar zwemmen, van het ene stuk ijs naar het andere.

Naast hun lichaamsbouw zijn de waterafstotende vacht en de tenen die gedeeltelijk door een huidplooi (‘zwemvlies’) met elkaar verbonden zijn, ook aanpassingen aan het zwemmen.

 


ijsbeer - jongen

Hier een foto van een wijfje met haar jongen

De ijsbeer is in 1774 voor het eerst als een afzonderlijke soort beschreven.

Hij heeft een gemeenschappelijke voorouder (Ursus etruscus) met de bruine beer.

Dat beide zeer nauw verwant zijn blijkt uit het feit dat ze in gevangenschap met succes gekruist zijn en vruchtbare nakomelingen voortbrachten.

Recent onderzoek met het markeren en weer opsporen van ijsberen heeft aangetoond dat ijsberen een seizoensafhankelijke voorkeur voor bepaalde gebieden hebben, waarbij slechts een beperkte uitwisseling van beren tussen aangrenzende gebieden plaatsvindt.

De omvang van de schedel van ijsberen neemt van 37 tot 41 centimeter toe vanaf het Oosten van Groenland naar het westen, tot aan de Tsjoekotski Zee.

Het is waarschijnlijk dat deze genetische variatie het gevolg is van het bestaan van
verscheidene min of meer afwijkende onderpopulaties.

Tussen de ijsschotsen van de noordpool staat de ijsbeer boven aan de voedselketen.

IJsberen voeden zich hoofdzakelijk met stinkrobben en met baardrobben als tweede keus.

Ook eten ze zadelrobben en klapmutsen, en karkassen van walrussen, tandwalvissen, narwals en Groenlandse walvissen.

Soms eten ze kleine zoogdieren, vogels, eieren en planten, als er geen ander voedsel beschikbaar is.

IJsberen vangen de robben op uiteenlopende manieren.

In de tweede helft van april en in mei graaft hij de holen met jongen uit die zich onder een dik sneeuwdek op het ijs bevinden.

De rest van het jaar vangt hij de robben meestal door bij een ademgat of aan de kant van open water te wachten.

In het late voorjaar en in de zomer besluipt hij de robben soms om ze uit het water op het ijs te trekken.

 


kleine ijsbeer

Een schattige kleine ijsbeer

De meeste ijsbeerwijfjes planten zich voor het eerst voort als ze vijf jaar oud zijn, een enkeling als ze vier is; de mannetjes zijn waarschijnlijk ouder als ze voor het eerst paren.

De maximale voortplantingsleeftijd is niet bekend, maar er zijn wijfjes van 21 beschreven die nog vruchtbaar bleken.
IJsberen paren in april, mei en juni.

Een mannetje kan in één seizoen met verscheidene wijfjes paren, of met slechts één wijfje.

De mannetjes lokaliseren bronstige wijfjes door op hun geur af te gaan.

De inplanting en de ontwikkeling van het bevruchte eitje in de baarmoeder zijn vertraagd, waardoor er een relatief lange draagtijd ontstaat van 195 tot 265 dagen.

De drachtige wijfjes zoeken in november en december geschikte plekken uit voor holen, en graven kraamholen in sneeuwophopingen langs de kust.

In december en januari worden 1 tot 3jongen geboren, met een geschat gemiddelde per worp van 1,6 tot 1,9.
Bij de geboorte wegen de jongen 600 tot 700 gram.

In de meeste gebieden verlaten de wijfjes en de jongen de holen tegen het einde van maart en in april; de jongen wegen dan 8 tot 12 kg.

De jongen blijven meestal tot 28 maanden na de geboorte bij de moeder, en het wijfje kan zich tegen de tijd dat de jongen bij haar vandaan gaan weer voortplanten.

Het duurt dus minimaal 3 jaar voor een wijfje zich weer voort kan planten.

IJsberen kunnen met gemak 70 kilometer per dag afleggen; één beer die werd gevolgd voor de kust van Alaska legde 1119 kilometer af in een jaar.

Daar hun leven nauw met het ijs verbonden is, trekken de meeste ijsberen ‘s winters als het ijs zich uitbreidt naar het zuiden, en ‘s zomers als het smelt naar het noorden.

Ze zijn het talrijkst op plaatsen waar wind en stromingen het ijs in beweging houden, waardoor er een mengeling van dik ijs, pas bevroren plekken en open water ontstaat.

Op die plekken zijn meer robben beschikbaar voor de beren.

Dergelijke gebieden liggen meestal binnen 300 kilometer van de kust.

Soms komen beren ook op het land, onder andere wijfjes die een hol op het land gebruiken om te jongen, en beren die de zomer op het land doorbrengen als het ijs voor de kust of uit de grote baaien verdwijnt.

 


De ijsbeer kan ook vele uren na elkaar zwemmen

De ijsbeer kan ook vele uren na elkaar zwemmen

Behalve als ze zich voortplanten en als de wijfjes jongen hebben zijn ijsberen meestal solitair.

Soms komen ze echter bij elkaar, en dan zijn ze verdraagzaam tegenover elkaar, bijvoorbeeld bij buitengewoon goede voedselbronnen als het karkas van een walvis of walrus, waar wel 30 tot 40 beren waargenomen zijn, of waar beren gedwongen worden aan land te gaan als er geen ijs is.

Volwassen mannetjes zijn echter agressief tegen elkaar tijdens het paarseizoen, en soms doden ze jongen.

Sommige poolvossen die de winter op het ijs doorbrengen voeden zich bijna uitsluitend met de resten van de robben die door ijsberen gedood zijn.

Bescherming van de ijsbeer

De samenwerking tussen de zes landen die zich bezig houden met het beheer en de bescherming van ijsberen wordt over het algemeen beschouwd als een model voor het beschermen van andere soorten en zelfs van andere natuurlijke rijkdommen.

De bezorgdheid om de ijsbeer nam in de jaren zestig toe toen er steeds meer menselijke activiteiten in het Noordpoolgebied werden ontplooid, voornamelijk vanwege de petrochemische exploratie en ontwikkeling.

Ook de jacht nam in die tijd toe.

De Overeenkomst tot het Beschermen van IJsberen van 1973 heeft een de facto toevluchtsoord voor beren geschapen doordat het jagen op beren vanuit vliegtuigen en grote motorboten werd verboden en er tevens een algemeen jachtverbod werd ingesteld in gebieden waar te voren nog niet met traditionele middelen op beren gejaagd was.

De overeenkomst bepaalt dat de betreffende landen de ecosystemen waar de ijsberen deel vast uitmaken zullen beschermen en benadrukt de noodzaak voor de bescherming van de trekroutes en de gebieden waar gejongd wordt en naar voedsel wordt gezocht.

Ook wordt verklaard dat de deelnemende landen onderzoek zullen doen, beheer en onderzoek zullen coördineren met betrekking tot populaties die in meer dan een nationaal rechts gebied voorkomen, en resultaten en gegevens van onderzoek zullen uitwisselen.

Aanvullende besluiten vereisen de instelling van een internationaal markeringssysteem, bescherming van jongen, wijfjes met jongen, en beren in holen.

De Overeenkomst betreffende de Internationale Handel in Bedreigde Soorten eist van de meer dan 50 landen die het verdrag hebben ondertekend dat deze bijhouden of er ijsberen, of delen van deze dieren, uitgevoerd worden.

Het bestaan van min of meer afzonderlijke onderpopulaties heeft het beheer van ijsberen op nationaal niveau gemakkelijker gemaakt.

Jachtbeperkingen variëren per land.

Canada staat toe dat er 600 beren per jaar gedood worden, hoofdzakelijk door de Eskimo’s, voor vlees, persoonlijk gebruik en de verkoop van huiden; hieronder zijn een paar beren (minder dan 15 per jaar) die door ‘sportjagers’ met een vergunning gedood mogen worden, onder leiding van Eskimo’s.

De Noordamerikaanse Wet tot Bescherming van de Zeezoogdieren van 1972 heeft het beheer van de ijsberenstand aan de federale regering over gedragen en de jacht beperkt tot de Eskimo’s in Alaska, die ongeveer 100 beren per jaar doden.

In Groenland (waar de regering samen met Denemarken verantwoordelijk is) doden Eskimo’s en andere langdurig ingezetenen 125 tot 150 beren per jaar voor voedsel en verkoop van huiden.

Noorwegen heeft de jacht vrijwel helemaal stilgelegd op de Svalbard eilandengroep omdat de huidige schattingen van de populatie aldaar lager zijn dan ooit tevoren; deze berenpopulatie wordt gedeeld met de USSR, waar al sinds 1956 geen jacht meer is toegestaan en er slechts enkele jonge exemplaren (minder dan 10 per jaar) mogen worden gevangen voor dierentuinen.

4.4 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Waardering 88% (5 Beoordelingen)

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Nieuws - Dieren

Recent bezocht

Laatste reacties