GebruikersmenuClose

Menu

Menu

Wist u dat?

Een giraffe net zoveel nekwervels heeft als een mens?

giraffe

De giraffe heeft net als de mens 7 nekwervels.

Beoordelingen

maltezer ( 5 beoordelingen )
gele-dovenetel ( 4 beoordelingen )
kippen ( 3 beoordelingen )
dagpauwoog ( 2 beoordelingen )
hondsdraf ( 2 beoordelingen )
Powered by Spearhead Software Labs Joomla Facebook Like Button

Tijger – Panthera tigris

Tijger – Panthera tigris - 4.5 / 5 gebaseerd op 4 gebruikerswaarderingen

Inhoud:
Algemene kenmerken | Beschrijving | Voortplanting | Jachttechniek

 

Algemene kenmerken

Een van de soorten van het geslacht Panthera
Familie: Felidae
 

  • Verspreiding: India, Mantsjoerije, China, Indonesië
     
  • Grootte mannetje Bengaalse tijger: lengte kop tot staartpunt 2,7 - 3,1 m, schouderhoogte
    91cm, gewicht 180-260kg.
     
  • Grootte wijfje: lengte kop tot staartpunt 2,4 - 2,8 m, gewicht 130 - 160 kg.
    Mannetje Javaanse en Sumatraanse tijger: lengte kop tot staartpunt 2,2 - 2,7 m, gewicht 100 - 150 kg.
     
  • Draagtijd: de draagtijd bedraagt 103 dagen.
     
  • Levensduur: ongeveer l5 jaar (tot 20 jaar in gevangenschap)
     

(B) = bedreigd

 

tijger

De tijger is de grootste katachtige

 

Beschrijving

Er zijn maar weinig dieren die zo veel angst inboezemen en ontzag wekken als de tijger.

Al eeuwen is hij het onderwerp van allerlei mythen, en omdat hij af en toe ook mensen doodt en opeet nemen de gruwelverhalen die over hem de ronde doen nog steeds in aantal toe.
De tijger is de grootste katachtige die nog voorkomt.

De Siberische tijgers vormen de grootste en meest robuuste ondersoort: het record vestigde wat dit aangaat een mannetje dat 384 kilo woog!

Net als die van andere grote katten is de lichaamsbouw van de tijger aangepast aan het vangen en doden van grote prooidieren.

Zijn achterpoten zijn langer dan zijn voorpoten zodat hij goed kan springen; zijn voorpoten en schouders zijn veel sterker gespierd dan zijn achterpoten.

De voorpoten hebben lange, scherpe, intrekbare klauwen, waardoor tijgers in staat zijn hun prooi stevig vast te grijpen.

De schedel is kort, waardoor ze meer kracht kunnen zetten met hun sterke kaken bij het verscheuren van prooi.

Een dodelijke beet wordt snel gegeven met de lange, enigszins afgeplatte hoektanden.

In tegenstelling tot de jachtluipaard en de leeuw bewoont de tijger geen open gebieden.

Hij leeft solitair in dichte begroeiingen en besluipt zijn prooi - middelgrote tot grote dieren - of jaagt vanuit een hinderlaag.

 

witte tijger

De witte tijger: een van de 8 soorten die er bestaan

De sociale basiseenheid bestaat bij de tijger uit een moeder en haar jongen.
Tijgers worden echter met succes in paren of groepen in dierentuinen gehouden; soms worden ze in groepen (meestal een wijfje met haar jongen, maar ook wel een mannetje met een wijfje) gezien bij het doden van prooien in het wild, waaruit een hoge mate van sociale tolerantie blijkt.
De biotoop waarin de tijger leeft is echter niet gunstig voor de ontwikkeling van een complexe levensgemeenschap en we zien dan ook een verbrokkeld sociaal systeem.
Zijn manier van leven is heel geschikt voor het vinden en vangen van voedsel in een in principe gesloten biotoop waar de prooi solitair leeft of in kleine groepjes verspreid is.
Onder deze omstandigheden heeft een roofdier er weinig voordeel van om samen met andere dieren op jacht te gaan.
Bij een langdurig onderzoek naar tijgers in het natuurreservaat Chitawan, in het zuiden van Nepal, werd met behulp van zendertjes ontdekt dat zowel mannetjes als wijfjes in territoria leefden die de gebieden van andere dieren van hun eigen sekse niet overlapten.
De woongebieden van wijfjes besloegen ongeveer 20 vierkante kilometer, terwijl mannetjes veel grotere territoria hadden: van 60 tot 100 vierkante kilometer.
Het woongebied van ieder mannetje omvatte de gebieden van verscheidene wijfjes.
Doortrekkende dieren bleven nooit lang in het domein van hun soortgenoten.
In het uiterste oosten van de Sovjetunie, waar hun prooi erg verspreid leeft en grote trektochten maakt met de wisseling van de seizoenen, is de populatiedichtheid van tijgers echter lager: minder dan één volwassen dier per 100 vierkante kilometer.

 

De Siberische tijger

De Siberische tijger

Tijgers passen allerlei methoden toe om de exclusieve rechten op hun territorium te handhaven.
Urine, vermengd met uitscheidingen van de anale klieren, wordt op boomstammen, struiken en rotsen langs zijn pad gesproeid, en uitwerpselen en krabsporen worden op opvallende plaatsen door het hele gebied heen geplaatst.
Ook het krabben aan bomen kan als markering dienen.
Deze chemische en visuele signalen brengen allerlei informatie over op naburige dieren, die elkaar waarschijnlijk aan de geur leren herkennen.
Mannetjes kunnen de seksuele gesteldheid van de wijfjes te weten komen, en binnendringers worden op de hoogte gesteld van de aanwezigheid van de vaste bewoner.
Hierdoor wordt de kans op een directe, lijfelijke confrontatie, met mogelijk letsel, verminderd.
De solitaire tijger moet het risico van verwondingen ook wel vermijden omdat hij op zijn eigen lichamelijke gezondheid aangewezen is om voedsel te bemachtigen.
Uit het onderzoek in Nepal kwam het belang van het markeren duidelijk naar voren: wanneer tijgers hadden nagelaten in een deel van hun territorium het signaal ‘bezet’ te plaatsen (bijvoorbeeld omdat ze een jong kregen) werd dit gebied binnen drie tot vier weken door naburige dieren ingenomen.
Dit wijst erop dat de grenzen voortdurend gecontroleerd worden en dat tijgers in aangrenzende gebieden goed op de hoogte zijn van elkaars aanwezigheid.
Het alleengebruik op lange termijn van een territorium heeft aanzienlijke voordelen voor de bewoner.
Voor een wijfje is bekendheid met een gebied belangrijk omdat ze regelmatig een prooi moet doden om haar jongen groot te brengen.
Zolang de jongen klein zijn en haar nog niet kunnen volgen, moet ze voedsel kunnen vinden dicht bij het nest, omdat ze regelmatig terug moet om de welpen te zogen.
Later, als haarjongen groter zijn - en ze groeien snel! - moet ze genoeg prooi kunnen vinden om zichzelf en de jongen te voeden.
De territoriale voordelen lijken voor mannetjes anders te zijn: zij handhaven gebieden die drie tot vier keer zo groot zijn als die van de wijfjes, zodat voedsel voor hen waarschijnlijk geen kritieke factor is.
Voortplantingsmogelijkheden zijn dat wel.
Mannetjes zijn niet direct betrokken bij het grootbrengen van de jongen.
Hoewel er niet zo veel bewijs is als bij de leeuwen zijn er diverse gevallen bekend van mannetjestijgers die jongen doodden.
Dit volgt meestal op de overname van een territorium.
Door het doden van de jongen van het vorige mannetje is de veroveraar ervan verzekerd dat de wijfjes in zijn pas verworven gebied bronstig worden en zijn jongen zullen krijgen.
Tijgers die in zeer gunstige biotopen wonen, brengen meer jongen groot dan waar plaats voor is, waar door grote aantallen, meest jonge volwassen dieren, in de randgebieden leven.
Er bestaat geen duidelijk beeld van de sociale organisatie in deze randgebieden, maar de woongebieden moeten groter zijn en overlappen elkaar waarschijnlijk; de voortplanting is hier meestal weinig succesvol.
Deze in de randgebieden levende tijgers zijn belangrijk, omdat ze bij de voortplanting voor genetische vermenging zorgen en ze vrijgekomen plaatsen kunnen bezetten wanneer de hoofdpopulatie uitgedund raak.

Helaas zijn het juist dieren die belaagd worden door mensen, omdat hun woongebied vaak intensief door de mensen zijn vee gebruikt wordt.

 

Tijgerwelpjes

Hier twee schattige tijgerwelpjes

Voortplanting

Tijgers worden geslachtsrijp als ze 3 â 4 jaar zijn.
Paringsactiviteiten bij tijgers in tropische gebieden zijn in iedere maand waargenomen, terwijl in het noorden alleen gepaard wordt in de wintermaanden.
Een wijfje is slechts een paar dagen bronstig, maar in die korte periode kan er dan wél zo’n 100 keer gepaard worden!
Er worden drie tot vier jongen geboren, die blind en hulpeloos zijn, en die ieder ongeveer een kilo wegen.
Het wijfje verzorgt de jongen alleen en keert steeds terug naar het nest om ze te voeden, tot ze oud genoeg zijn om haar te volgen: als ze ongeveer 8 weken zijn.
De jongen blijven voor hun voedselvoorziening geheel afhankelijk van hun moeder tot ze ongeveer 18 maanden zijn, ze kunnen in het woongebied van hun moeder blijven tot ze 2 tot 2½ jaar oud zijn, waarna ze vertrekken om hun eigen territoria te zoeken.
Alle nog bestaande ondersoorten worden bedreigd.
Door zijn brede geografische verspreiding, die een grote verscheidenheid aan biotopen laat zien, wordt de illusie gewekt dat de tijger zich gemakkelijk aanpast.
In werkelijkheid is hij echter een roofdier met zeer specifieke eisen die zich veel minder gemakkelijk aanpast dan bijvoorbeeld de panter.
Terwijl ze ooit in grote delen van Azië voorkwamen, duiden de huidige verspreiding en de kleinere aantallen tijgers erop dat aan hun behoefte aan grote prooidieren en voldoende dekking steeds moeilijker voldaan kan worden.
Dit komt doordat gebieden die geschikt zijn voor grote wilde hoefdieren, en dus ook voor tijgers, steeds verder door de mens ontgonnen worden.
Daar de meeste tijgerreservaten relatief klein zijn (minder dan 1000 vierkante kilometer) en geïsoleerd liggen, is de effectieve populatieomvang klein en is er weinig of geen interactie tussen de verschillende populaties.
Tijgers worden slechts zelden menseneters; normaal gesproken vermijden ze contact met de mens.
Sommige menseneters zijn oud of ziek, maar er zijn ook gevallen bekend van gezonde, jonge, volwassen tijgers die op mensenjacht gingen.
Dergelijk gedrag kan per ongeluk beginnen: een plotselinge confrontatie die eindigt met de dood van de mens.
Soms is een enkel voorval voldoende om een tijger een mensendoder te laten worden.
Of een tijger al dan niet opzettelijk mensen gaat doden kan afhangen van de gelegenheid die hij daartoe krijgt.
Anderzijds kan een negatieve ervaring bij de eerste aanval op een mens verdere incidenten voorkomen.
Voorts zal de beschikbaarheid van andere prooi een factor zijn.

 

Vechtende tijgers

Vechtende tijgers ook dat gebeurt wel eens

Jachttechniek

Tijgers jagen in hun eentje.
Meestal zoeken ze actief naar prooi; minder vaak gaan ze in een hinderlaag liggen.
Een dier legt normaal 10 tot 20 kilometer af tijdens een nachtelijke jacht.
Het is niet gemakkelijk voor tijgers een prooi te vangen: slechts een op de 10 â 20 pogingen heeft succes.
Als hij zijn prooi eenmaal gelokaliseerd heeft, vertrouwt de sluipende tijger verder op zijn ogen.
Hij maakt een maximaal gebruik van dekking om dichter bij zijn prooi te komen.
Hij moet de prooi tot minder dan zon 20 meter kunnen naderen om met succes aan te kunnen vallen.
Hij besluipt zijn prooi uiterst voorzichtig en zet iedere poot zachtjes op de grond, terwijl hij af en toe stil blijft staan om de situatie te beoordelen.
Tijdens de besluiping loopt hij half of helemaal in elkaar gedoken en houdt hij zijn kop omhoog.
Als hij dicht genoeg is genaderd zet de tijger zich af en vliegt hij op zijn slachtoffer af, waarbij hij de afstand met slechts enkele sprongen overbrugt.
Vaak valt het prooidier door de kracht van de aanval al om, en als de prooi wegvlucht, kan hij door een klap met een voorpoot uit zijn evenwicht worden gebracht.
Een tijger valt meestal van opzij of van achteren aan; hij springt niet hoog op en zet zich vlak bij zijn prooi af.
Terwijl hij zijn slachtoffer bij de schouder, rug of nek vasthoudt met zijn klauwen, blijven zijn achterpoten meestal op de grond.
Op dit moment wordt de prooi op de grond gegooid, als dat tenminste niet al eerder is gebeurd.
Er wordt een beet in de hals of de nek gegeven bij het eerste contact of terwijl de tijger het slachtoffer tegen de grond sleurt.
Als de prooi meer dan half zoveel weegt als de tijger, wordt meestal een beet in de hals gegeven; dan komt het slachtoffer over het algemeen door verstikking om het leven.
De beet wordt vaak tot enkele minuten na de dood vol gehouden.
Gedode prooidieren worden in dichtbegroeide dekking gedragen of gesleept en meestal begint de tijger met eten bij de achterbout.
Het is voor een tijger niets ongewoons in één nacht wel 20, en soms zelfs 35, kilo vlees te eten, maar over een paar dagen verdeeld is het gemiddelde 15 tot 18 kilo per etmaal.
Tijgers blijven in de buurt van hun gedode prooi en eten op hun gemak verder tot alleen de huid en de botten over zijn; gemiddeld duurde dat drie dagen voor ieder gedood dier in het natuurreservaat Chitawan.
Kleine prooidieren, zoals muntjakherten, worden in één maaltijd opgegeten, terwijl de grotere sambar, eland en bizon voor verscheidene dagen voedsel opleveren, tenzij een aantal tijgers (meestal wijfjes met jongen) van het karkas eten.
Een tijgerin met jongen moet vaker een prooi doden om voor voedsel te zorgen; geschat wordt eens in de 5 à 6 dagen, ofwel 60 tot 70 dieren per jaar, voor een wijfje met twee jongen. Voor een wijfje in hetzelfde gebied, zonder afhankelijke jongen is dit eens in de 8 dagen, ofwel 40 â 50 dieren per jaar.
Een tijger eet alles wat hij kan vangen, maar de grotere hoefdieren (zowel gezonde, volwassen dieren als jonge of oude dieren) van 50 tot 200 kilo vormen het grootste deel van zijn voedsel.
Tot zijn normale prooi behoren verschillende soorten herten, zoals sambar of paardhert, axishert en edelhert, en wilde zwijnen.
Af en toe vangen tijgers ook zeer grote prooien, zoals de kalveren van rinocerossen en olifanten, waterbuffels, elanden, wapiti’s en gaurs.
In sommige gebieden wordt ook op vee van de mensen gejaagd, vooral daar waar wilde prooi schaars geworden is.

 

3 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Waardering 60% (10 Beoordelingen)

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Nieuws - Dieren

Recent bezocht

Laatste reacties