GebruikersmenuClose

Menu

Menu

Wist u dat?

Een baby tegelijk kan ademen en slikken?

baby

Van een baby tot 6 maanden tot een jaar oud is het strottenhoofd nog niet goed ontwikkeld waardoor het slikken en ademen nog niet goed gecoördineerd wordt.

Beoordelingen

maltezer ( 5 beoordelingen )
gele-dovenetel ( 4 beoordelingen )
beuk ( 3 beoordelingen )
hondsdraf ( 3 beoordelingen )
chimpansee ( 2 beoordelingen )
Powered by Spearhead Software Labs Joomla Facebook Like Button

De vos - Vulpes vulpes

De vos - Vulpes vulpes - 3.0 / 5 gebaseerd op 1 gebruikerswaardering

Inhoud:
Beschrijving | Verspreiding |Voedsel | Geslacht | Paartijd | Opgroeien
Geluid | Voortbeweging | Jachtmethoden | Soorten vossen
 

de vos

De vos - Vulpes vulpes

 Beschrijving

Er zijn twaalf soorten van het geslacht Vulpes, Noord- en Zuid Amerika, Europa, Azië, Afrika.

De grootte varieert van kop-romplengte 24 tot 41 cm, staartlengte 18 tot 31 cm en een gewicht van 1,5 - 10 kg.

Bij de woestijnvos tot kop-romplengte 72 tot 100 cm, staartlengte 25 tot 35 cm.

De kleur van de Vos kan variëren van roodbruin tot donkerbruin (aan de bovenkant), van wit tot bruin (hals, buik), terwijl de punt van de opvallend dikke en rond staart (‘lont’ in jagerstermen) meestal wit is.

Vossen zijn van oorsprong nachtdieren, maar zijn in sommige gebieden (duinstreek) ook wel overdag te zien.

Vossen kwispelen (net als honden) en laten soms een hees geblaf of gegrom horen.

Bij ontevredenheid knort de Vos en bij angst geeft hij een keffend geluid.

De paringsroep is een klagende kreet, als van een pauw.

 

Verspreiding

Er leven in de wereld verschillende soorten vossen.

Denk maar aan het woestijnvosje en de poolvos.

In ons land leeft slechts één soort, die we daarom eenvoudigweg 'vos' noemen (in wetenschappelijke taal: Vulpes vulpes).

Onze vos is een heel succesvolle vossensoort.

Dat kun je goed zien aan het enorme verspreidingsgebied: hij komt overal voor op het noordelijk halfrond, van Alaska tot Japan.

In Australië is hij rond 1860 door de Engelsen ingevoerd, niet om het konijn te bestrijden, maar om ook daar de traditionele 'fox-hunts' (vossenjachten te paard en met een meute honden) te kunnen houden.

Bij ons komen vossen van oudsher voor op de hogere gronden, maar de laatste decennia is er een duidelijke uitbreiding te bespeuren naar de laaggelegen delen in het noorden en westen, waar ze nu op veel plekken de weidevogels belagen.

In Nederland worden de duinen sinds het eind van de jaren zestig door vossen bewoond, hoogstwaarschijnlijk nadat ze door mensen zijn uitgezet.

 

Voedsel

Dit bestaat normaal voor het grootste deel uit kleine knaagdieren (woelmuizen, ratten etc.).

Een vos eet jaarlijks vele honderden kleine knaagdieren.

Het aandeel aan woelmuizen als basisvoedsel van de vos varieert al naar gelang het gebied.

De vos is boven alles een opportunist, die het liefst, met een minimum aan inspanning, die prooien vangt die het meest voorhanden zijn en het gemakkelijkst dus te vangen zijn: dit zullen vrijwel altijd kleine knaagdieren zijn.

Voor het optreden van myxomatose vormde het konijn in veel streken zeker zijn voorkeursprooi en maakte zo een belangrijk, zoniet het belangrijkste, deel van zijn voedsel uit.

De vos vangt bij gelegenheid ook grote prooien: hazen, fazanten, korhoenders, jonge reekalfjes en allerlei gevogelte.

Ondanks de relatieve zeldzaamheid waarmee dit soort prooiengevangen wordt, worden deze gevallen van predatie telkens weer in de (jacht-) literatuur naar voren gebracht.

Op het menu van de vos komen echter talrijke andere prooien voor: kleine zoogdieren (ook muskusratten), vogels en eieren, vissen (bij gunstige omstandigheden is de vos een handige visser), hagedissen, insecten (sprinkhanen, mestkevers, meikevers en hun larven, wespenraten), kadavers (de vos speelt een gote rol bij het opruimen van kadavers), regenwormen en slakken.

Ook plantaardig voedsel (in mindere mate) komt op het menu van de vos voor: kersen, bosbessen, druiven, bramen (zwarte uitwerpselen), rijpe pruimen enbessen van asperges, een enkele maal een korenaar, maiskolf, gras en mos.

De taaie kruiden worden vrijwel intact met de uitwerpselen uitgescheiden.

Het belang van het plantaardige deel van de voeding van de vos moet beslist niet onderschat worden.

 

Geslacht

Het mannetje is gedrongener en zwaarder, met op de kop een smalle rand van witte haren, als een soort bakkebaarden die hem het aanzicht van een kater geven.

Het vrouwtje is tengerder en met een spitsere kop.

In de tijd van het zogen van de jongen zijn de rose gekleurde melkklieren zichtbaar.

Haar pootafdrukken zijn iets kleiner en langer dan die van het mannetje.

 

Paartijd

Afhankelijk van het weer en het klimaat; begint soms in november, maar vaker in december of zelfs de eerste twee weken van januari een periode van veel activiteiten.

De paring zelf vindt hierop aansluitend in januari of februari plaats.

Het mannetje, wiens stuitklier dan een maximale hoeveelheid geurstof afgeeft, loopt heen en weer in het territorium, waarbij alle aanwezige holen bezocht worden.

Het dier blaft dan veel en markeert op veel plaatsen zin territorium.

Het vrouwtje, dat maar zeer kort ontvankelijk is (24-36 uur), besproeit veel plaatsen met urine waardoor er een soort 'reukbaan' onstaat die de mannetjes gebruiken om haar te bereiken.

Aan het sterkste en meest agressieve mannetje komt de 'eer' van de eerste paring toe.

Hij accepteert vervolgens zonder jalouzie, dat de door hem overtroffen mannetjes op hun beurt het vrouwtje dekken.

Zijn intolerantie keert pas weer terug in de tijd dat de jongen opgroeien.

De draagtijd bedraagt 52 tot 55 dagen.

Een worp per jaar, afhankelijk van de voedselsituatie en bevolkingsdichtheid aan vossen, van 3 tot 8 en bij uitzondering tot zelfs 11 jongen.

Een jong vrouwtje krijgt normaal slechts 3 tot 5 jongen.

Tijdens het opgroeien van de jongen kan het vrouwtje bij gevaar ertoe gebracht worden om de jongen te verplaatsen.

Ze neemt ze, net zoals een kat dat doet, in de bek en brengt ze in veiligheid.

Beide geslachten zijn na de eerste winter, dus op een leeftijd van 5 tot 10 maanden, in staat zich voort te planten.

 

Vos - jong

Vos - jong

Opgroeien

Geboorte: de jongen hebben een wolachtige, grijsbruine vacht en zijn zo groot als een mol; ze worden blind geboren en zogen bij de moeder.

2 weken oud: ze openen de ogen en de vacht bestaat uit korte grijs-blauwe haren; ze hebben een witte vlek op de borst.

3 weken oud: de tanden komen door en het einde van de staart begint te kleuren.

De jongen krijgen gekauwd en opgebraakt voedsel.

Ze zogen nog steeds.

5 weken oud: ze krijgen lange geelachtige haren en beginnen buiten het hol te spelen.

8 weken oud: de vacht wordt grijs-rood.

De ogen zijn groen met een bruine iris.

Ze eten nu levende prooien en er ligt rommel om het hol heen.

Eind juni - juli: de jongen maken uitstapjes buiten het hol en leren spelenderwijs jagen zonder hulp van het vrouwtje.

Augustus: ze zijn nog steeds bij het vrouwtje en leren zelfstandig jagen.

September - Oktober: de jongen zijn nu geheel zelfstandig.

 

Geluid

Het mannetje brengt een 3 tot 5 maal herhaald helder gekef voort; bij de jongen brengt het vrouwtje een kort en droog gekef voort.

De alarmroep voor de jongen bestaat uit een continu geblaf.

Bij het aanbrengen van het voedsel, of wanneer het vrouwtje de jongen koestert, kunnen beide seksen een soort 'geklok' voortbrengen.

Men kan de vos in principe het gehele jaar door horen, maar toch vooral in de paartijd, dan kan hij bovendien nog allerlei merkwaardige en moeilijk te omschrijven geluiden maken.

 

Voortbeweging

De pootafdrukken hebben een lengte van ca. 5.5 cm, de nagels meegerekend.

Ze lijken heel sterk op die van een hond maar onderscheiden zich daarvan door verschillende kenmerken: Een algemene ovale en niet ronde vorm, de nagels van de achterpoten liggen op gelijke hoogte met de eeltkussentjes van de voorpoten, de nagels zijn op de afdrukken altijd goed zichtbaar.

Het spoor van een vos maakt de indruk van een 'parelsnoer' maar verliest dit wanneer het dier hard gaat lopen: het gaat dan lijken op dat van een haas, voor zover het de plaatsing van de poten betreft (de achterpoten zijn dan voor de voorpoten geplaatst).

De vos zwemt goed en graag.

Hij is een goede springer die in staat is om sprongen tot 3.5 m te maken.

Klimmen doet hij daarentegen heel matig; hij slaagt er over het algemeen niet in om zelfs langs omgevallen of overhangende bomen meer dan een klein stukje omhoog te komen.

De uitzondelijke voorzichtigheid waarmee de vos zich verplaatst ligt ongetwijfeld ten grondslag aan zijn reputatie van listig en intelligent dier, een reputatie die ongetwijfeld zwaar overtrokken is.

 

vos sporen

De vos - Sporen in de sneeuw

Jachtmethoden

De jachtmethoden van de vos zijn het onderwerp geweest van ontelbare verhalen waarin het vaak moeilijk is om de waarheid van fictie te onderscheiden b.v. het met z'n tweëen jagen vanuit een hinderlaag.

Een paar voorbeelden: De jacht door twee vossen tegelijk: de eerste jaagt een grote prooi op en drijft deze naar zijn metgezel toe, die een eind verderop in een hinderlaag ligt.

Een vos die op een egel urineert om deze zo te dwingen zijn afweerhouding op te geven waardoor het mogelijk wordt ook deze prooi te vangen.

Variant: in plaats van het slachtoffer te be-urineren wordt de egel naar het dichtstbijzijnde moeras gerold! een vos die doet alsof hij dood is om aldus vogels te kunnen vangen.

Een vos die de meest vreemde toeren uithaalt om vogels aan te trekken of te 'hypnotiseren'.

De meest gebruikte jachtmethode bestaat hierin, dat de vos zich normaal lopend of in lichte looppas, door zijn territoruim verplaatst waarbij regelmatig gestopt wordt en het dier op allerlei luchtjes en geluiden let.

Als de prooi ontdekt is (in 9 van de 10 gevallen een klein knaagdier), wordt deze geruisloos benaderd, met de kop dicht bij de grond en de oren omlaag gericht; de poten worden langzaan en voorzichtig opgetild, terwijl de vos zijn prooi constant aankijkt.

Met een verbazingwekkend nauwkeurige sprong springt de vos in de lucht en komt met zijn vier poten bij elkaar op de prooi neer, die dan gevangen zit.

 

de vos met een prooi

De vos - Met prooi

Hondsdolheid (rabies)

De paartijd is als periode van veel activiteiten, paringen en de daarmee samenhangende confrontaties van de dieren, samen met de tijd waarop de jongen zelfstandigworden (oktober), een uiterst cruciale tijd met betrekking tot een eventuele verspreiding van het hondsdolheidvirus (rabies).

Dit is een besmettelijke ziekte waarbij op den duur een dodelijke vergiftiging van het centrale zenumstelsel optreedt.

Soorten vossen

 

                Bengaalse vos - Vulpes bengalensis                           Bengaalse vos

De bengaalse vos komt voor in India, Pakistan en Nepal. Steppe, open bos, doornbos en halfwoestijn tot een  hoogte van 1350 meter.
Qua lichaamsbouw beschouwd als de typische gewone vos.
Kop-romplengte 45 - 60 cm.
Staartlengte: 25 - 35 cm.
Gewicht: 1,8 - 3,2 Kg.
Vacht: Oranjeachtig met geelbruine poten, zwarte staartpunt.


 

                Afghaanse vos - Vulpes cana                           Afghaanse vos

De Afghaanse vos komt voor in Afghanistan, zuidwesten van de USSR, Toerkestan, noordoost-Iran, Baluchistan.
Bergstreken.
Kop-romplengte 42 cm.
Staartlengte: 30 cm.
Gewicht: 3 Kg.
Vacht: Als de Bengaalse vos, meer vlekkerig met donkere rugstreep en bruine kin.

 


 

                Kamavos - Vulpes chama Kamavos

De Kamavos komt voor in Afrika ten zuidwesten van Zimbabwe en Angola.
Steppe, rotsachtige woestijn.
Lichaamsbouw, vooral de schedel, vergelijkbaar met de Bengaals en Vale vos.
Kop-romplengte 45 - 61 cm.
Staartlengte: 30 - 40 cm.
Gewicht: 3,6 - 4,5 Kg.
Vacht: Rossig met zilvergrijze rug, zwarte staartpunt,donker gezichtsmasker ontbreekt,
langwerpige oren.


 

4 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Waardering 80% (1 Beoordeling)

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Nieuws - Dieren

Geen feed gevonden

Recent bezocht

Laatste reacties