GebruikersmenuClose

Menu

Menu

Wist u dat?

Slechts 20 procent van de Sahara uit zand bestaat?

sahara

In praktijk is echter maar 20% van deze woestijn zand. De rest is rots, steenpuin en grind.

Beoordelingen

maltezer ( 5 beoordelingen )
gele-dovenetel ( 4 beoordelingen )
kippen ( 3 beoordelingen )
dagpauwoog ( 2 beoordelingen )
hondsdraf ( 2 beoordelingen )
Powered by Spearhead Software Labs Joomla Facebook Like Button

Beschrijving insecten

Beschrijving insecten - 5.0 / 5 gebaseerd op 1 gebruikerswaardering

Inhoud:
Wat is een insect?
Metamorfose, wat is dat?
Heeft een insect een geraamte?
Hoe vliegen insecten?
Waarom mag je de spuitbus met vergif niet gebruiken?
 

sabelsprinkhaan

 

 De groene sabelsprinkhaan ->

 

De insecten zijn bij de meeste mensen volslagen onbekend, hoewel ze verreweg de grootste diergroep ter wereld vormen.

Onze kennismaking met de insectenwereld beperkt zich meestal tot het bewonderen van de schoonheid van de vlinder en het wrijven over de plaats waar een mug gestoken heeft.

Hierboven zie je de Sabelsprinkhaan, die zijn veel nauwer verwant aan de krekels dan aan de sprinkhanen.

Ze leven meer tussen struiken en klauteren meer dan dat ze springen.

Ze vallen vooral op door de zeer lange voelsprieten, van daar wellicht ook hun naam sabelsprinkhaan.

Evenals de krekels, zingen de sabelsprinkhanen door de vleugels wat op te tillen en langs elkaar te wrijven.

Het geluid is erg hoog van toon.

In Europa komt de groene sabelsprinkhaan (Tettigonia viridissima) het meest voor.

 

Wat is een insect?

Over deze wezens blijken veel misverstanden te bestaan, vooral op het gebied van de indeling van allerlei kleine dieren.

Toch is het beantwoorden van deze vraag niet zo erg moeilijk, omdat er een paar duidelijke kenmerken zijn.

Als je het dier goed bekijkt, met of zonder een vergrootglas dan zie je dat het ‘lijf’ uit drie hoofddelen bestaat: de kop, het borststuk en het achterlijf.

Bij dieren waar dit niet duidelijk te onderscheiden is, hebben we te maken met vertegenwoordigers van heel andere diergroepen.

Dieren met een afzonderlijke kop, maar waarbij het borststuk geleidelijk overgaat in het achterlijf zoals bij allerlei kreeftachtigen, behoren niet tot de insecten, ook al zijn ze vaak erg klein.

Een ander belangrijk kenmerk is het aantal poten.

Vrijwel alle insecten hebben poten en het aantal is dan altijd zes.

We kunnen beter zeggen dat een insect altijd drie paar poten heeft.

Deze poten zitten vast aan het borststuk en nooit aan een ander deel van het insect.

Dit is een van de duidelijkste punten, waardoor vergissingen kunnen worden voorkomen.

Een spin bijvoorbeeld heeft acht poten, of beter gezegd vier paar.

Daarom is de spin geen insect, maar vormt ze een aparte groep.

Een derde kenmerk geeft wat meer moeilijkheden, omdat er veel uitzonderingen zijn: over het algemeen hebben insecten twee paar vleugels, die aan het chitine pantser van de borst vastzitten.

Maar vele insecten, bijvoorbeeld de leden van de familie der tweevleugelige, waartoe muggen en vliegen behoren, hebben maar twee vleugels.

Andere insecten krijgen nooit vleugels of alleen gedurende een bepaalde fase in hun leven.

De kevers of torren hebben wel vier vleugels, maar daarvan is het voorste paar veranderd in chitine pantserplaten.

Onder deze dekschilden ligt dan nog een paar vleugels opgevouwen, dat echter goed gebruikt kan worden.

Kijk maar eens naar het lieveheersbeestje of een ander kevertje.

Een extra probleem vormt het feit dat vele jongen van insecten, larven genaamd, er volledig anders uitzien dan de volwassen dieren.

Denk maar eens aan het jong van een vlinder, de rups.

Die lijkt veel op een duizendpoot, althans bij oppervlakkige waarneming, maar na het verpoppen komt er toch een echt insect uit, namelijk de vlinder.

De vlinder is een echt insect, want er is duidelijk een kop, een borststuk en een achterlijf te onderscheiden, terwijl er aan de borst zes poten en vier vleugels zitten.

wandelende tak

wandelende tak
 

De wandelende tak is een lang, slank, takachtig insect, met lange poten en (bij de Europese soorten) zonder vleugels.

Het is een planteneter met sterke, bijtende kaken.

Hoewel mannetjes en wijfjes paren, kunnen de vrouwtjes ook alleen, zonder paring, vruchtbare eieren leggen.

Uit één enkele wandelende tak kan een hele groep voortkomen.

Evenals de wandelende bladeren, demonstreren ook de wandelende takken duidelijk het verschijnsel mimicry (nabootsing van het leefgebied).

In rust zijn ze vrijwel niet te onderscheiden van de takken of bladeren van de voedselplant waarop ze leven.

 

Metamorfose, wat is dat?

In principe zijn de insecten van gescheiden geslacht en leggen de wijfjes eieren nadat zij de door de mannetjes werden bevrucht.

De ontwikkeling van eitjes tot volwassen dier kan echter zeer verschillend zijn.

Nadat het ei een bepaalde tijd heeft gerust (soms een ganse winter) sluipt er een onvolwassen stadium uit, dat bij bepaalde soorten wel, bij andere helemaal niet gelijkt op de adulte vorm.

Bij de meest primitieve soorten is die gelijkenis groot  (bv. krekels), maar de verder geëvolueerde insecten zoals de kevers en de vlinders maken een larvaal stadium door dat helemaal anders is dan de volwassen dieren.

Bij de eerste groep insecten (Hemimetabola) is het enige opvallende verschil tussen de jeugdstadia en de volwassen vorm het ontbreken van vleugels en voortplantingsorganen.

Tijdens de groei zullen zij steeds meer gaan gelijken op de adulte dieren en van een eigenlijke, echte metamorfose of gedaantewisseling is hier geen sprake.

Zie tekening hieronder.

metamorfose insecten niet volledig

De tweede groep echter (Holometabola) zal tussen de ongevleugelde groeiende, larvale stadia en de volwassen toestand een grondige herschikking van in- en uitwendige inschakelen waardoor de aanvangssituatie (bv. rups) en eindfase
(bv. vlinder) er totaal anders uitzien.

Hier spreekt men van metamorfose, zie tekening hieronder.

metamorfose insecten volledig<

 

Heeft een insect een geraamte?

Een insect heeft geen geraamte als we daarmee bedoelen: een systeem van beenderen dat omgeven is door spieren en een huid.

Een insect heeft wel een geraamte als we daarmee bedoelen: een stevig systeem waaraan spieren vastzitten en dat tere organen beschermt.

We zeggen dat insecten een uitwendig geraamte hebben, dat opgebouwd is uit een hoornachtige stof, namelijk de chitine.

Dit pantser omgeeft de spieren en de organen aan de buitenzijde als een stevig kokertje.

Kijk maar eens bij een verwant dier van de insecten, de garnaal.

Als hij gekookt is, kan je het chitine pantser eraf trekken en hou je de weke spiermassa en de organen over.

Die zijn zo week, dat je ze gemakkelijk kunt eten.

Dit chitine pantser is van groot belang.

Allereerst beschermt het de insecten tegen vijanden in de natuur.

Dat wil zeggen: tegen aanvallers en tegen weersomstandigheden, vooral koude en uitdroging.

Natuurlijk helpt het pantser niet tegen alle vijanden: vogels en mollen bijvoorbeeld laten zich niet weerhouden door de chitine.

Dat vermalen ze gewoon.

Wil het insect zich tegen dergelijke vijanden beschermen, dan zal het gebruik moeten maken van andere verdedigingsmethoden, zoals stekende en bijtende delen, soms met gifstoffen, zoals we dat ondervinden bij muggen, vlooien, wespen, bijen, mieren en dergelijke.

Een ander verdedigingsmiddel waarvan het diergebruik maakt, zijn de schutkleuren of de schrikkleuren zoals bij vele vlinders.

Zeer bekend bijvoorbeeld is het schrikeffect van het openklappen van de vleugels van de dagpauwoog.

Weer andere insecten ontlenen hun bescherming aan een afschuwelijke, zelfs wel giftige smaak.

Nog andere aan hun gelijkenis met een oneetbaar of stekend dier.

Tenslotte zijn er insecten die met vervaarlijke uitsteeksels bluffen, zodat ze erg sterk en gevaarlijk lijken, wat de predatoren dan weer afschrikt.

 

schorpioenvlieg

Hierboven zie je de Schorpioenvlieg

De schorpioenvlieg (Panorpa communis), in Nederland en België komen er vijf soorten van deze familie voor.

De mest op de onderste foto behoort tot de familie Scarabaeidae, een van de grootste insectenfamilies.

De voorvleugels zijn verhard tot dekschilden.
er vijf soorten van deze familie voor.

Het tangvormig achterlijf van dit vrij kleine insect is omhoog gebogen zoals bij een schorpioen; vandaar zijn naam.

De kleine kamervlieg (Fannia canicularis), hieronder, behoort tot de grote en belangrijke orde der tweevleugeligen of Dipteren, die alle vliegen en muggen omvat.

kamervlieg

 

De mest op de onderste foto behoort tot de familie Kevers (Coleoptera), een van de grootste insectenfamilies.

 

mest van kevers

De voorvleugels zijn verhard tot dekschilden.

 

Hoe vliegen insecten?

Voor het vliegen hebben insecten het eerder genoemde chitine pantser ook nodig.

Het vliegen van vogels en insecten lijkt, wat het resultaat betreft, wel op elkaar, maar is in wezen totaal verschillend.

We noemen dergelijke overeenkomsten die niet op verwantschap berusten: analoge verschijnselen.

Insecten vliegen niet, zoals vogels en vleermuizen, met behulp van spieren die aan het borstbeen en de schoudergordel vastzitten.

Bij insecten zit er geen gewricht tussen de vleugels en het borststuk.

De vleugels zitten onverbrekelijk stijf aan het chitine pantser van het borststuk vast; het zijn er eigenlijk uitgroeisels van, voorzien van bloedvaten.

Het feit dat ze er stijf aan vastzitten, is erg belangrijk, want als het insect nu een beweging maakt met het pantser van het borststuk, dan moeten de vleugels wel meebewegen.

Als de dwars werkende spieren zich samentrekken, wordt het borststuk hoger en ovaler en gaat de vleugel omlaag.

Trekken nu de spieren samen die tussen de rugzijde en de buikzijde van het pantser werken, dan gaan de vleugels omhoog, want het borststuk wordt breder en platter.

Deze bewegingen kan een insect heel snel achter elkaar maken; het kan ook nog een beetje van richting veranderen, waardoor een insect alle kanten uit kan vliegen en zelfs in de lucht stilstaan.

Dagpauwoog eitjes

Uitkomende eitjes van de nachtpauwoog

Typisch voor de vlinders is de metamorfose: het uit het ei komen als rups, (hier duidelijk te zien op de foto, de uitkomende eitjes van de nachtpauwoog Saturnia pavonia”), en het verpoppen tot imago: de vlinder.

 

Waarom mag je de spuitbus met vergif niet gebruiken?

Insecten vormen de grootste groep binnen het dierenrijk.

Ze zorgen vaak voor de bestuiving van planten, en vormen een belangrijke voedselbron voor andere insecten, die op hun beurt weer voedsel vormen.

voor andere dieren, zoals insectenetende egels, vissen, amfibieën, reptielen en zoogdieren.

Doden we de insecten nu met vergif, dan komt dat gif ook in het lichaam van die insecteneters (insectivoren zoals de bioloog die noemt) die op hun beurt weer worden gegeten door andere roofdieren.

Als we vergif blijven spuiten, roeien we dus niet alleen de insecten, maar ook alle daaropvolgende dieren in de kringloop, met het volg dat er te weinig mest in de plantenwereld komt.

Er groeien dan te weinig planten en zo verdwijnt het leven geleidelijk.

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Waardering 0% (0 Beoordelingen)

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Nieuws - Dieren

Recent bezocht

Laatste reacties