GebruikersmenuClose

Menu

Menu

Wist u dat?

Er organismes zijn die kunnen leven bij 121 graden Celcius?

archaea

Strain 121, een eencellige archaea (een op de bacterie lijkende soort), blijkt uitstekend te gedijen bij 121 °C.

Beoordelingen

maltezer ( 5 beoordelingen )
gele-dovenetel ( 4 beoordelingen )
beuk ( 3 beoordelingen )
hondsdraf ( 3 beoordelingen )
Powered by Spearhead Software Labs Joomla Facebook Like Button

Tuinridderspoor - Delphinium / hybriden

 

Inhoud:
Beschrijving | Standplaats
Verzorging | Varia | Andere soorten

Beschrijving

Het tuinridderspoor is een 80 - l50 cm of meer hoge, bossig groeiende, opgaande planten met dikke, vlezige wortels.

De bladeren staan verspreid en zijn zachtgroen, groot, handvormig 5 - 7 spletig of -delig, met 3- of meerdelige, smalle slippen; komen vrij vroeg in de lente uit.

Bloemen in lange trossen; oorspronkelijk onregelmatig, met 5 gekleurde, eironde kelkbladen, waarvan de bovenste gespoord, en 4 kleinere, vergroeide kroonbladen (zgn. oog), eveneens in een spoor uitlopend (in de kelkspoor verborgen)

In het moderne assortiment zijn de bloemen meestal halfgevuld tot gevuld, zonder spoor en vlakker, bloemkleur in alle tinten blauw en violet, maar ook lila roze, roze, crèmekleurig en wit, al of niet met donker of lichter gekleurd oog.

Het kruisingswerk, begonnen midden 19e eeuw met de introductie van D. elatum, heeft geleid tot duizenden hybriden.

Zeer recent (1992) zijn de eerste rode, oranje en gele hybriden na 39 jaar moeilijk veredelingswerk op de markt verschenen.

De selectie legt zich verder toe op planten met sterke stelen, lagere groei, grotere bloemen (tot 10cm doorsnee) en goede weerstand tegen ziekten.

 

Standplaats

Tuinridderspoor Vraagt een niet winderige plaats met veel zon, in warme tuinen beter licht beschaduwd (komen uit streken met koel, fris klimaat).

Bodemeisen: vochtig (niet nat), goed ontwaterd, diep, voedzaam, humusrijk en lemig, voldoen niet op arme, droge zandgronden, noch op natte, zware klei.

 

Verzorging

Tuinridderspoor is een veeleisende plant (uitbundige bloei vraagt veel energie).

Ridderspoor hoeft niet regelmatig verplant te worden.

De tuinridder is u dankbaar voor jaarlijkse bemesting met compost of goed verteerde stalmest, op zandgronden extra potas geven om intense bloemkleur te behouden.

Hoge planten tijdig van steun voorzien (zomerstormen ), bij langdurige droogte water geven.

Voor een tweede bloei in de herfst onmiddellijk na zomerbloei terugknippen tot op 10cm hoogte met behoud van zoveel mogelijk blad en na korte rustperiode bemesten.

In droge, hete zomers blijft de herfstbloei achterwege (daarom op warme plaatsen en streken alleen uit gebloeide trossen wegnemen).

In het najaar terugsnoeien tot op de grond.

Vermeerderen gebeurt door zaaien onmiddellijk na rijpheid (Pacific Giants), door scheuren in de vroege lente (kan ook in herfst, maar dan oppotten en overwinteren in koude bak/serre) of door stekken van jonge scheuten.

Vooral in nazomer heeft Delphinium vaak last van witziekte, kies bij voorkeur resistente rassen of spuit preventief met producten op basis van triforine, dinocap of pyrazofos.

Wortel- en stengelvoetrot (crownrot) kan men best voorkomen door een goede waterafvoer en bodemstructuur.

Opgelet: Slakken kunnen veel schade aanrichten aan jong loof.

 

Gebruik

Plantdichtheid: 3-5 planten/m² (Elatum-hybriden) of 5-7 planten/m² (Belladonna-hybriden). Eén van de prachtigste borderplanten!

Vooral de blauwbloemige hybriden zijn zeer gegeerd en combineren uit stekend met zachtgeel (bv. Thalictrum flavum ssp. glaucum), rood- paars (bv. purperbladige Berberis, Geranium psilostemon, Lychnis chalcedonica), blauw- en zilverbladigen (bv. Hosta sieboldiana cv. ‘Elegans’, Ruta graveolens cv. ‘Jackman’s Blue’, Artemisia, Lavandula).

De hoge rassen doen het zeer goed met klim- en heersterrozen en strui ken zoals Philadelphus en Deutzia, andere begeleidende planten zijn Chrysanthemum maximum (syn. Leucanthemum x superbum), Paeonia, Heliopsis, gele Eremurus, Campanula, Astrantia, Monarda, Clematis recta en niet te vergeten lelies (bv. Lilium candidum en Aziatische hybriden).

 

Varia

Delphinium komt van Lat. ‘delphinus’ = dolfijn, naar de gelijkenis van de nog niet geheel geopende, gespoorde bloemen met dit zeezoogdier.

Bloemen kunnen gedroogd worden en zijn dienstig in droogboeketten.

Alle Delphinium zijn licht giftig; de zaden van de soort D. staphisagria zijn zeer giftig en worden als parasietdodend middel gebruikt in lotions tegen schurft en luizen bij dieren.

 

Andere soorten

Het geslacht telt meer dan 300 soorten.

De wildsoorten zijn evenwel weinig in cultuur.

Inheems in ons land is D. consolida (wilde ridderspoor).

Een éénjange soort met diepblauwe, gespoorde bloemen, die vroeger veel in graan velden voorkwam, maar nu zeer zeldzaam is geworden.

 

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Waardering 0% (0 Beoordelingen)

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Nieuws - Dieren

Recent bezocht

Laatste reacties