GebruikersmenuClose

Menu

Menu

Wist u dat?

Tandenpoetsen goed is tegen hartkwalen?

tanden poetsen

Regelmatig poetsen blijkt niet alleen goed te zijn voor de tanden, maar helpt ook tegen hart- en vaatziekten.

Beoordelingen

maltezer ( 5 beoordelingen )
gele-dovenetel ( 4 beoordelingen )
kippen ( 3 beoordelingen )
dagpauwoog ( 2 beoordelingen )
noorse-esdoorn ( 2 beoordelingen )
Powered by Spearhead Software Labs Joomla Facebook Like Button

Oehoe - Bubo Bubo

Oehoe - Bubo Bubo - 5.0 / 5 gebaseerd op 1 gebruikerswaardering

Inhoud:
Beschrijving | Gedrag | Voortplanting | Voedsel
Geluid | Verspreiding | Jachttechnieken | Vlucht | Habitat | Video

 

oehoe

Oehoe

 

Beschrijving

Er zijn veel verschillen in lichaamsgrootte tussen de beide seksen.

Het mannetje wordt gemiddeld zo'n 60 a 64cm hoog en heeft een spanwijdte van 155 a 159cm.

Vrouwtjes zijn forser en breder in de schouders met een hoogte van zo'n 65 a 68cm en een spanwijdte van 165 a 170cm.

Vrouwtjes vallen al rustend op een uitkijkpost vrijwel direct op door hun ietwat afhangende verenkleed, dat 'te groot' lijkt.

Mannetjes maken over het algemeen een 'atletische' indruk met vleugels die strak op het lijf gedragen worden.

De Oehoe is door zijn grootte, zijn massieve lichaam en dikke kop met geen andere uilensoort in Europa te verwarren.

Kenmerkend aan het gezicht van de Oehoe zijn de grote ogen en de vaak lange oorpluimen.
De oogkleur varieert van felgeel tot vuur-oranje.

De oorpluimen zijn overwegend zwart van kleur en worden gevormd door een groepje veren die door een aparte spier op het hoofd worden bewogen.

De snavel is zwart en ligt verzonken in een witgevederde huidplooi; de keelplooi.

Het verenkleed is overwegend geel-bruin van kleur met zwarte accenten.

De zwarte accenten treden op de rug en de bovenzijde van de vleugels het meest naar voren.

Op de borst is de Oehoe kenmerkend okergeel.

De poten van de Oehoe eindigen in fors geklauwde tenen.

De klauwen zijn gemiddeld zo'n 2 a 4 cm lang en zijn in staat zeer uiteenlopende prooien te grijpen.

 

Gedrag

Oehoe's zijn in de schemering en 's nachts actief.

Overdag houden zij zich schuil in bomen, meest rechtop dicht tegen de stam.

Voelen ze zich ontdekt, dan leggen ze hun veren plat tegen het lichaam, zodat ze nof slanker worden en op een afgebroken tak lijken.

In de schemering verlaten zij hun schuilplaats en gaan op jacht in het vrije veld of langs bosranden.

Wordt een prooi ontdekt, dan storten ze zich in een glijvlucht en grijpen de buit met de klauwen.

Oude vogels blijven het hele jaar in hun territorium en verlaten dit alleen als er voedselgebrek is, ze zoeken dan vaak menselijke nederzettingen.

De Scandinavische oehoe's daarentegen, trekken in september naar Midden-Europa.

In hun winterkwartieren vormen ze vaak slaapgemeenschappen.

In maart-april zoeken ze hun broedgebieden weer op.

 

Voortplanting

Na een jaar zijn Oehoe's geslachtsrijp.

Het is echter pas in het derde levensjaar dat de Oehoe-jongen zich voldoende vaardigheden eigen hebben gemaakt om zich in de vrije natuur voort te planten.

Oehoe's zijn niet monogaam.

Vermoedelijk onderhoudt een Oehoe-mannetje meerdere vrouwtjes in een territorium gedurende de voortplantingsperiode.

In oktober spreken onderzoekers van de najaarsbalts.

De Oehoe-mannetjes zetten dan de territoria af door middel van luidkeelse roepen, waarbij de witte keelplooi opgezet wordt.

Tevens worden dan de oorpluimen opgericht.

Onduidelijk is nog of het 'onderhoud' van de territoria door de mannetjes na de najaarsbalts op enige andere wijze voortgezet wordt.

De eigenlijke balts vindt in februari en maart plaats.

Mannetjes zingen dan intensief en voeren eveneens demonstratievluchten uit, die als doel hebben de vrouwtjes te imponeren.

De mannetjes wijzen de uiteindelijke broedlocatie aan, die vaak op rotsachtige richels gelegen is.

Het mannetje voert ook vaak vers gevangen prooien aan vrouwtjes ter imponering.

De paring vindt vaak plaats op prominente plaatsen in het landschap, zoals uitstekende rotsrichels, boomtoppen of hoge palen.

In het voorjaar worden twee of drie eieren gelegd.

Het vrouwtje broedt alleen en kleedt de nestkom nauwelijks aan met dons.

Het mannetje verleent op geen enkele wijze zorg aan 'zijn' wijfje en het broedsel.

Het vrouwtje verlaat de nestkom geregeld om te jagen op prooi.

In deze perioden jaagt het wijfje hoofdzakelijk op kleinere prooien, zoals woelmuizen en egels.

Ze jaagt daarbij in de nauwe nabijheid van haar broedsel.

Ze is nooit langer dan 35 minuten van haar broedsel verwijderd.

Ze verlaat haar broedsel gemiddeld een keer per etmaal.

Soms twee keer.

De wijfjes jagen in de schemer.

Er worden bij het nest vaak voorraden aangelegd die in de nabijheid van het wijfje liggen.

De jongen kruipen na 34 dagen uit het ei en zijn dan bedekt met gele dons.

Na 35 dagen komen de grijswitte jongen uit.

Al direct na de geboorte zijn de jongen in staat om zich buiten de nestkom te ontlasten.

Na 28 a 30 dagen verlaten de jongen het nest.

Ze kunnen dan lopen, springen en klimmen met behulp van vleugelslagen.

Na een week of tien zijn ze geelbruin en kunnen ze vliegen. In de herfst verlaten ze het ouderlijk nest.

jonge oehoe

Jonge Oehoe

Voedsel

De Europese oehoe is een echte opportunist als het om voedsel en broedgedrag gaat.

Opvallend is zijn voedselvoorkeur voor de tragere vogels in Nederland.

Veldmensen en mensen die nabij Oehoe-nesten wonen, spreken van een dier 'dat alles wegvangt dat in de nabije omgeving te halen valt'.

Men kan stellen dat de enige natuurlijke vijand van de Europese oehoe de mens is.

Muizen, ratten, egels, kraaiachtigen en trage roofvogels, zoals de Buizerd, vormen het voornaamste stapelvoedsel van de Europese oehoe.

In de uitgestrekte, grote natuurgebieden van Europa leeft de Europese oehoe o.a. van muizen, egels, vissen(!), hazen, patrijzen, duiven, eenden, hagedissen, hamsters, kikkers, (zee-)krabben, regenwormen en kevers.

 

Geluid

Alarmroep 'oewek', ook aangeregen; klagend, zuchtend 'oe-oe-oe', ook keffende en jammerende geluiden.

Bedelroep van de jongen, langgerekt, ver hoorbaar 'pieieiei-eh".
 

Verspreiding

Oehoes leven in bossen en op vlakten; ze zijn erg plaatstrouw.

De Europese oehoe komt voor in Noorwegen, Finland en vrijwel het gehele Europese continent van het uiterste oosten van Rusland tot aan Gibraltar en verder in het Afrikaanse continent, waar de Europese oehoe overgaat in Afrikaanse soorten, zoals de Woestijnoehoe.

 

Jachttechnieken

De Europese oehoe is als opportunistisch jager net zo verrassend voor zijn onderzoekers als voor zijn prooien.

De oehoe overvalt kraaiachtigen, roofvogels en uilen op hun slaapplaatsen, alvorens hen eerst enige tijd gade te hebben geslagen vanaf een gedekte uitkijkplaats.

De oehoe kan urenlang muisstil op een uitkijkplaats blijven zitten 'roesten' tot er een grote prooi langs komt kruipen. In een duikvlucht vat de uil de prooi dan meestal in het nekvel om het op de plukplaats te ontdoen van veren en huid.

Egels worden vakkundig ontdaan van hun gestekelde vacht; de Oehoe 'pelt' de Egel met behulp van een nog onbekende techniek uit zijn huid.

Door de lange klauwnagels, deert de stekelige vacht van de Egel de Europese oehoe nauwelijks.

De Oehoe is zelfs in staat om volwassen vossen te slaan en in zijn geheel al vliegend, mee te sleuren naar de plukplaats.

In magere tijden kan de oehoe ook lange tijd van aas leven.

Daarbij schijnt er een duidelijke voorkeur te bestaan voor hertachtigen, zoals Edelhert en Ree.

 

Vlucht

Jaagt met schommelende vlucht boven het open veld.

 

Habitat

Open landschappen, afgewisseld met naald- en gemengde bossen, begraafplaatsen, parken, grote tuinen, heidevelden.

 

Video

Hieronder zie je een video van de oehoe met kuikens

3 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Waardering 60% (2 Beoordelingen)

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Nieuws - Dieren

Recent bezocht

Laatste reacties