GebruikersmenuClose

Menu

Menu

Wist u dat?

8 uur slapen per nacht helemaal niet zo gezond is?

slapen

Mensen die dit doen hebben zelfs 12% meer kans om vroegtijdig te overlijden dan mensen die 6,7-7,5 uur slapen.

Beoordelingen

maltezer ( 5 beoordelingen )
gele-dovenetel ( 4 beoordelingen )
kippen ( 3 beoordelingen )
dagpauwoog ( 2 beoordelingen )
hondsdraf ( 2 beoordelingen )
Powered by Spearhead Software Labs Joomla Facebook Like Button

Chimpansee - Pan troglodytes

Chimpansee - Pan troglodytes - 5.0 / 5 gebaseerd op 2 gebruikerswaarderingen

Chimpansee - Pan troglodytes

Klik hierboven op het plaatje voor een grotere afbeelding

Algemene beschrijving

De 2 soorten van het geslacht Pan

Familie: Pongidae

 

Verspreiding:

het verspreidingsgebied van de chimpansee is west- en centraal-Afrika, ten noorden van de rivier de Zaïre, van Senegal tot Tanzania.

 

Biotoop:

de chimpansee is aanwezig in vochtige wouden, loofbosgebieden of gemengde savanne, aanwezigheid in open gebieden hangt af van toegang tot groenblijvend en vruchtdragend bos; van zeeniveau tot 2000 m hoog.

 

Grootte:

De kop-romplengte van het wijfje is 70 - 85cm, voor het mannetje is dat tussen de 77 - 92cm, de chimpansee heeft geen staart.

 

Gewicht:

(in het wild weinig bekent) in Tanzania 30kg voor een wijfje, 40kg voor een mannetje. Gewicht in dierentuinen voor een wijfje is tot 80 kg, voor een mannetje is dat 90 kg.

 

Vacht:

hoofdzakelijk zwart, vaak grijs op rug na 20 jaar.

Korte witte baard normaal bij beide seksen. Jongen hebben witte staartkwast’, die ze kwijtraken als ze volwassen worden.

Kaalheid komt bij volwassen dieren veel voor, meestal een driehoek op het voorhoofd van mannetjes, groter bij wijfjes.

Huid van handen en voeten zwart, gezicht varieert van roze tot bruin of zwart en wordt meestal donkerder naarmate het dier ouder wordt.

 

Draagtijd:

er is een draagtijd voor de chimpansee van 230 tot 240 dagen.

 

Levensduur:

de chimpansee kan van 40 tot 45 jaar oud worden.

 

Beschrijving

Van alle mensapen kunnen we van de chimpansees nog het meest te weten komen over de natuurlijke historie van onze gemeenschappelijke voorouders.

In het gedrag van chimpansees zien we veel overeenkomsten met het menselijk gedrag, zoals het maken van werktuigen en de agressie van groepen mannetjes, die aantonen dat verscheidene eigenschappen waarvan vroeger gedacht werd dat ze uniek voor de mens waren, dat in feite niet zijn.

Chimpansees (Pan troglodytes) leven niet alleen in vochtige dichte wouden maar ook in relatief droge gebieden, zoals vlakke savanne waar de groenblijvende bomen beperkt zijn tot een paar beschutte geulen en greppels.

Waarschijnlijk leefden onze voorouders ook in dergelijke open gebieden.

Vanwege de invloed van menselijke activiteiten op de chimpanseepopulaties probeert men er nu snel achter te komen hoe chimpansees in hun natuurlijke biotopen leven, voor zij of hun leefmilieus verdwenen zijn.

Er zijn twee soorten chimpansees, die beide een stevig gebouwd lichaam hebben met een rug die van de schouders tot de heupen gelijkmatig afloopt, wat een gevolg is van hun relatief lange armen (die tot even onder de knie reiken als ze rechtop staan).

De bovenkant van de kop is afgerond of afgeplat (de schedel heeft geen kam), en de nek lijkt kort.

Hun oren zijn groot en steken uit, de neusvleugels zijn klein en de kaken steken verder naar voren dan het bovenste deel van het gezicht (pragnatische snuit).

Al hun tanden en kiezen zijn groot vergeleken met het gebit van een mens, maar vergeleken met gorilla’s hebben chimpansees kleine maalkiezen, die geschikt zijn voor hun menu van vruchten.

Dwergchimpansees, of bonobo’s (Pan paniscus), hebben helemaal erg kleine maalkiezen.

Ondanks de naam is hun grootte echter niet opvallend anders dan die van de gewone chimpansees.

Mannetjes zijn groter en sterker dan wijfjes en hebben grotere hoektanden, die van nut zijn bij de hevige gevechten die ze leveren, soms met dodelijke afloop.

De lichaamsafmetingen zijn verder ongeveer hetzelfde, en beide seksen hebben opvallende geslachtsdelen.

Bronstige wijfjes hebben duidelijke roze zwellingen, die 2 tot 3weken duren en om de 4 tot 6 weken terugkomen. Mannetjes hebben relatief enorm grote zaadballen (120 gram).

Chimpansees hebben dezelfde zintuiglijke vermogens als mensen, mogelijk kunnen ze beter geuren onderscheiden.

Door hun grote hersenen (300 tot 400 cc) hebben ze altijd hoog gescoord bij alle door mensen uitgedachte intelligentietests, inclusief het leren en gebruiken van woorden uit de gebarentaal.

In het wild is echter niets van enige taalvaardigheid gebleken.

Er zijn dertien categorieën chimpanseegeluiden herkend, van een zacht geknor bij het voeden, tot luide, snuivende schreeuwen, die bestaan uit gegil en gebrul die tot op een afstand van minstens 1 kilometer te horen zijn.

Chimpansees verplaatsen zich meestal op de grond, waarbij ze tijdens het lopen op hun knokkels steunen, zoals gorilla’s.

Evenals de andere mensapen slapen chimpansees in een ‘nest’, een bed van bladeren dat meestal iedere nacht vers wordt gemaakt.

Volwassen dieren slapen alleen, jongen bij hun moeder, tot het volgende jong wordt geboren.

De gewone chimpansee, die ten noorden van de rivier de Zaïre leeft, is al sinds de zeventiende eeuw bekend.

Er is een grote variatie in lichaamsgrootte en -gewicht, en zelfs in vacht- en huidkleur.

In het begin van deze eeuw werden wel 14 soorten onderscheiden, maar nu worden nog slechts 3 ondersoorten erkend bij westelijke, centrale en oostelijke populaties.

Er zijn echter geen duidelijke onderscheidende kenmerken voor deze ondersoorten vastgesteld, zodat de geldigheid van deze indeling onzeker blijft.

Bonobo’s werden voor het eerst als een aparte soort beschreven in museumcollecties in 1929.

Doordat ze beperkt zijn tot de dichte wouden ten zuiden van de rivier de Zaïre zijn ze grotendeels uit handen gebleven van de verzamelaars en er zijn weinig details bekend over hun verspreiding of variatie.

In alle biotopen bestaat het voedsel van chimpansees hoofdzakelijk uit rijpe vruchten, aan het eten waarvan ze minstens 4uur per dag besteden.

Een tot twee uur per dag brengen ze door met het eten van jonge bladeren, vooral laat in de middag.

In lange droge seizoenen vervangen boomzaden gedeeltelijk de vruchten, en bloemen, zachte pitten, hars en schors worden ook gegeten.

Chimpansees eten van wel twintig plantensoorten per dag, en van in totaal 300 soorten in een jaar.

Als het maar enigszins mogelijk is gebruiken ze grote maaltijden uit een enkele voedselbron, waardoor ze een paar uur kunnen rusten voor ze naar de volgende vruchtboom moeten lopen.

Ze slaan geen voedsel op, en vrijwel al het voedsel wordt opgegeten op de plaats waar het gevonden wordt.

Dierlijke prooi vormt zo’n 5 procent van het menu.

Sociaallevende insecten voorzien in het grootste deel daarvan en die worden ofwel met de hand (bijvoorbeeld rupsen uit geconcentreerde eipakketten) ofwel met gereedschappen gevangen.

Wijfjes brengen tweemaal zoveel tijd door met het eten van insecten als mannetjes.

Vogels worden slechts af en toe gevangen, maar zoogdieren vormen in sommige gebieden een regelmatige prooi, en uit langdurige onderzoekingen naar’ chimpansees in die gebieden is gebleken dat ze voornamelijk door mannetjes gegeten worden.

Apen, zwijnen en antilopen zijn de belangrijkste prooidieren, vooral jonge dieren.

De jacht op prooidieren vindt onregelmatig plaats, in feite alleen als de chimpansees ze toevallig in geschikte omstandigheden tegenkomen.

Ze laten apen bijvoorbeeld met rust in aaneengesloten gebladerte, maar in een open ruimte met weinig ontsnappingsmogelijkheden jagen ze erachter aan.

Het foerageren doet ieder in feite voor zichzelf en in perioden van voedselschaarste trekken de meeste chimpansees alleen of in kleine familiegroepjes rond (moeder met één of twee jongen).

Grotere groepen, die vaak gevormd worden als individuele dieren elkaar bij voedselbomen ontmoeten, bieden geen voordelen bij het verkrijgen van voedsel en leiden soms tot concurrentie om voedselplaatsen.

Zelfs als ze op zoogdieren jagen vertonen chimpansees weinig samenwerking; er kan meer dan één chimpansee deelnemen aan de jacht, maar als de prooi eenmaal gedood is ontstaat er een intensieve concurrentie om het karkas.

Zowel bij een gedode prooi als bij bomen met slechts een paar grote vruchten zijn dieren die voedsel in hun handen hebben, omgeven door andere dieren, die proberen stukjes voedsel te bemachtigen. Dit leidt tot verdeling van het voedsel, waarbij het bedelen blijkbaar geduld wordt omdat het de eigenaar enige rust geeft. Wijfjes die in gevangenschap zijn opgegroeid beginnen te paren als ze 8 à 9 jaar zijn en krijgen voor de eerste keer een jong als ze 10 jaar zijn. Wijfjes in het wild worden 3 à 4jaar later volwassen. Er is geen paarseizoen. Bij wijfjes van de (gewone) chimpansee blijft de bronst 3 tot 4 jaar na een geboorte uit, waarna ze weer 1 tot 6 maanden seksueel actief worden, tot de bevruchting. Bonobowijfjes blijven seksueel actief tijdens een groot deel van de zwangerschap en het zogen. Na een draagtijd van 8 à 9,5 maand wordt één jong geboren; tweelingen zijn zeldzaam.

De pasgeboren chimpansee is hulpeloos: het jong heeft nauwelijks kracht om zich aan zijn moeder vast te klemmen en zij moet het net één hand vasthouden als ze rondloopt. Binnen een paar dagen kan het zich echter zelf aan de buik van de moeder vasthouden, en als het jong 5 tot 7 maanden oud is begint het op haar rug mee te rijden. Tegen de tijd dat het 4 jaar is beweegt het jong zich meestal lopend voort, maar het blijft bij zijn moeder tot het minstens 5 à 7 jaar oud is. Het zogen stopt geruime tijd daarvoor en wordt vanaf het derdejaar minder. De moeders verzorgen hun jongen en spelen met ze en laten toe dat ze voedsel van haar afpakken dat alleen gemakkelijk door volwassen dieren vergaard kan worden. De mannetjes zijn vroegrijp en hebben al seksuele omgang met volwassen wijfjes als ze 2 jaar zijn. De volledige seksuele omgangspatronen ontwikkelen zich echter langzaam, vanaf de leeftijd van 3 à 4jaar. Ze zijn meestal op bronstige wijfjes gericht en bestaan uit niet-vocale voorstellingen van het mannetje om de aandacht te trekken door met opgerichte penis te gaan zitten en verder door zijn haar op te zetten, aan takken te schudden en bladeren af te rukken. Dit gedrag kan per populatie enigszins variëren. De wijfjes reageren door dichterbij te komen en zich aan te bieden voor de paring. De jonge dieren van beide seksen volgen het wijfje vaak en gaan naar het mannetje toe en raken hem aan als het paren begonnen is. Deze jonge bemoeials maken onderworpen gebaren naar het parende mannetje, dat alleen agressief reageert op de grotere jonge mannetjesdieren. De wijfjes paren alleen als ze bronstig zijn (als haar geslachtsdelen gezwollen zijn) en tijdens de eerste week, soms langer, paren de wijfjes van de gewone chimpansee gemiddeld zes maal per dag met verschillende mannetjes. Tegen het einde van de bronst, het tijdstip van de ovulatie, concurreren de hooggeplaatste mannetjes om de paringsrechten door ondergeschikte mannetjes die het wijfje benaderen te bedreigen of aan te vallen. Ook wordt er wel een exclusief ‘partnerschap’ gevormd, waarbij het wijfje en het mannetje de andere leden van de groep dagen of zelfs weken mijden. Hoewel 75 procent van het paren in het begin van de bronst plaatsvindt waarin met vele partners gepaard wordt, ontstaan zwangerschappen waarschijnlijk uit de latere ‘partnerschappen’. Over het seksuele gedrag van de dwergchimpansee is minder bekend. Ze paren vaak met meer dan een partner, en in tegenstelling tot de gewone chimpansee doen ze dat soms met de gezichten naar elkaar toe. Alle chimpansees zijn lid van een gemeenschap van 15 tot 120 dieren en trekken soms rond met andere leden van de gemeenschap. Naburige gemeenschappen hebben gebieden die elkaar gedeeltelijk overlappen en waarbinnen de dieren ofwel een vast eigen ‘kerngebied’ hebben, ofwel rondzwerven. Gemeenschappen met dergelijk kerngebieden bewonen gebieden van 10 tot 50 vierkante kilometer en hebben populatiedichtheden van 1 tot 5 dieren per vierkante kilometer Binnen dit gemeenschappelijke gebied hebben de dieren hun eigen, verspreid liggende kerngebieden; ze brengen 80 procent van hun tijd door binnen 2 tot 4 vierkante kilometer. De moederdieren van de gewone chimpansee trekken vaak alleen samen met hun jongen rond en leggen 2 à 3 kilo meter per dag af. Mannetjes vormen vaker groepen, leggen grotere afstanden af dan moederdieren en worden zowel door andere mannetjes als door bronstige wijfjes aangetrokken. De groepen bestaan gemiddeld uit 3 tot 6 dieren bij de gewone chimpansee en 6 tot 15 dieren bij de dwergchimpansee. Groepen dwergchimpansees bestaan meestal uit evenveel mannetjes als wijfjes en zijn standvastiger dan die van gewone chimpansees.

Over de rondzwervende gemeenschappen is minder bekend. Ze leven in open biotopen in het uiterste westen en oosten van het verspreidingsgebied van de chimpansees, waar de populatiedichtheid daalt tot 0,5 à 1,0 per vierkante kilometer. De gemeenschappen trekken rond binnen grote gebieden van 200 à 400 vierkante kilometer of meer en blijven een paar weken in gebieden waar het voedsel tijdelijk overvloedig is. Als ze ergens langere tijd verblijven, lijken ze zich te gaan gedragen als een gemeenschap met een vast woongebied, waarbij de wijfjes meer verspreid en meer alleen zijn dan de mannetjes. Het lidmaatschap van een gemeenschap wordt bepaald door de sekse. Mannetjes verlaten zelden of nooit de gemeenschap waarin ze zijn geboren, terwijl de meeste wijfjes naar een nieuwe gemeenschap verhuizen tijdens een bronstige periode in hun adolescentie. Voor het jonge wijfje is de verhuizing succesvol als ze erin slaagt haar eigen kerngebied te vestigen binnen het gebied van een andere gemeenschap, waar ze kan foerageren zonder agressie van de andere wijfjes. De eerste paar maanden als ze in een nieuwe gemeenschap is trekt ze veel rond in het gezelschap van mannetjes, waardoor ze beschermd wordt tegen vijandige wijfjes. Meestal verhuizen de wijfjes maar één keer, maar er zijn gevallen bekent dat het vaker gebeurde. Over de betrekkingen tussen de gevestigde wijfjes binnen de gemeenschappen is niet veel bekend, maar ze variëren van agressief tot vriendschappelijk. De wijfjes van de dwergchimpansees gaan meer met elkaar om dan die van de gewone chimpansees, en bij sociale opwinding wrijven ze hun geslachtsdelen tegen elkaar aan. De betrekkingen tussen de mannetjes zijn duidelijker: spanningen bij machtsverhoudingen worden op een routinematige manier uitgedrukt als verschillende groepen elkaar ontmoeten, en mannetjes brengen ook veel tijd door met het verzorgen van elkaars vacht. Mannetjes gaan veel met hun broers om, maar nauwe betrekkingen tussen andere mannelijke paren komen ook veel voor. Er wordt geschat dat er zo’n 50 000 tot 200 000 chimpansees en dwergchimpansees zijn, verdeeld over 15 landen. In nog eens 9 landen kwamen ze ooit voor maar zijn ze nu waarschijnlijk uitgestorven. De belangrijkste bedreiging wordt gevormd door de vernietiging van hun leefmilieu, voornamelijk door het kappen van bomen voor de houtindustrie, zoals in Ivoorkust en Centraal-Zaïre. Door de handel in chimpansees met het buitenland en de jacht voor hun vlees zijn de populaties in sommige gebieden ernstig uitgedund, bijvoorbeeld in Sierra Leone en het oosten van Zaïre. Er zijn ongeveer 10 nationale parken met chimpansees, maar de meeste zijn klein. Gezien hun lage voortplantingssnelheid zijn chimpansees zeer kwetsbaar voor het verlies van biotoop of populaties. Gewone chimpansees komen veel voor in gevangenschap, maar van dwergchimpansees komen geen levensvatbare, zich voortplantende populaties in gevangenschap voor. In verscheidene gebieden worden chimpansees van oudsher beschermd door plaatselijke gebruiken (bijvoorbeeld in delen van Guinea, Zaïre en Tanzania) en komen ze zelfs in weilanden en wagen ze zich op markten.

Gebruik van gereedschap

 

Chimpansees maken, zowel in het wild als in gevangenschap gebruik van gereedschap om een grotere verscheidenheid aan problemen op te lossen, dan welk ander dier, afgezien van de mens, ook.

Er zijn twee soorten voedsel die meestal met behulp van gereedschap vergaard worden, hoewel het gebruik ervan per chimpanseepopulatie verschillend kan zijn.

De meeste sociaal-levende insecten hebben krachtige verdedigingsmiddelen die door het gebruik van stokjes of stengels overwonnen kunnen worden.

Chimpansees maken bijvoorbeeld gladde, sterke stokken van 60 tot 70 centimeter lengte klaar om mieren te vangen: ze laten de stok in een open nest zakken, wachten tot de mieren erop kruipen, en vegen ze er vervolgens met een snelle beweging af, zodat ze direct in hun bek terechtkomen, voordat de mieren de gelegenheid hebben om te bijten.

Ze nemen ook soepele grashalmen en steken die in gaten in termietenheuvels: de soldaten bijten in de halm en houden zich er net lang genoeg aan vast om de chimpansee de kans te geven om ze eruit te halen en op te eten.

Stokken worden ook gebruikt om gaten groter te maken, zodat ze in bomen levende mieren kunnen bereiken.

Een tweede voedselsoort waarvoor gereedschap wordt gebruikt wordt gevormd door vruchten met schillen die te hard zijn om open te bijten.

Stokken of stenen van wel 1,5 kilo worden gebruikt om deze vruchten kapot te slaan, soms op een platte steen die als aambeeld dient.

Er zijn dergelijke platte stenen gevonden met een versleten, ronde holte erin, die erop wijst dat ze al eeuwen in gebruik zijn.

Gereedschappen worden niet alleen gebruikt bij het eten.

Volwassen mannetjes begeleiden hun imponeergedrag met het gooien van stokken, takken of stenen van 4 kilo of meer, als dit gedrag lang duurt worden er wel 100 stenen gegooid, en andere dieren moeten uitkijken dat ze niet getroffen worden.

Er is één waarneming van het gooien van voorwerpen bij de jacht: een mannetje raakte een volwassen zwijn van een afstand van vijf meter, waardoor het zwijn zo schrok dat het wegliep en de chimpansee haar jong kon pakken.

Werktuigen als vliegenmeppers, sponzen (van fijngekauwde schors of bladeren), doeken (stukken blad) en ander gereedschap worden onregelmatig en op verschillende terreinen gebruikt. Waarom gebruiken en maken chimpansees zoveel verschillende soorten werktuigen? Hun vermogen om rechtop te zitten, hun opponeerbare duim en hun nauwkeurige greep vormen slechts een deel van het antwoord: andere primaten hebben die ook. Evenmin zijn ze uniek omdat ze grote hersenen hebben: gorilla’s en orang-oetans hebben ook grote hersenen, maar zij gebruiken zelden gereedschappen. Chimpansees zijn vindingrijke probleemoplossers en hun manier van leven biedt hun wellicht meer gelegenheden om gereedschappen te gebruiken dan die van andere mensapen.

Groepsaanvallen

Coöperatieve gevechten in een chimpanseegemeenschap

Chimpanseemannetjes gedragen zich vaak agressief tegenover elkaar, evenals de mannetjes van vele andere soorten. Toch zijn ze ongewoon in hun gedrag, omdat volwassen mannetjes niet alleen heel vaak verdraagzaam zijn tegenover elkaar, maar elkaar ook opzoeken, achter elkaar aan lopen en elkaars vacht verzorgen. Deze mengeling van vijandigheid en vriendschappelijke omgang kan voorkomen omdat bevriende mannetjes een verbond sluiten en elkaar bij conflicten steunen. Daar de samenstelling van mannelijke groepen steeds wisselt en onvoorspelbaar is, is de aanwezigheid van bepaalde bondgenoten nooit zeker. De sociale betrekkingen zijn dan ook ingewikkeld. De mannetjes vormen een losse sociale rangorde. Sociaal-lagere dieren groeten sociaal-hogere door voor ze te buigen of te knielen, terwijl ze ‘hijgend-brommende’ geluiden maken. De hoger geplaatste mannetjes benaderen andere mannetjes meestal op een dreigende manier, waarbij ze met hun haar overeind hard aan komen lopen, soms een tak meeslepend. Dit soort vertoon komt meestal voor als twee bekende mannetjes elkaar ontmoeten en het dient om te testen of er enige verandering is opgetreden in het zelfvertrouwen van het dominantste dier, of om na te gaan of het ondergeschikte dier van plan is zijn superieur uit te dagen. Soms worden de rollen natuurlijk omgedraaid, meestal na verscheidene weken van spanning. Elkaar najagen, lichamelijke aanvallen (slaan, op de grond rollen, stampen) en gillen komen dan veel voor. Imponeergedragingen zijn niet beperkt tot dergelijke gevallen van sociale onzekerheid. Ze kunnen ook veroorzaakt worden door hevige regenval of harde wind of als de dieren bij een riviertje of waterval komen. Dit gedrag komt zowel bij solitaire mannetjes als bij groepen voor. Het mannetje begint langzaam op de plaats waar hij zit heen en weer te wiegen, waarbij hij soms ritmisch met een tak zwaait. De bewegingen worden heviger en overdrevener tot hij overeind komt of aanvalt, op de grond of door bomen en lianen, soms wel 15 minuten lang in een langzaam tempo. Wind, regen en stromend water verstoren allemaal de normale rust van de omgeving, maar waarom de chimpansees daarop reageren met imponeergedrag is onbekend. Het belang van andere soorten imponeergedrag is duidelijker. Het komt hoofdzakelijk bij mannetjes voor en het leidt tot vermindering van de spanning omdat het ene mannetje de superioriteit van de ander heeft erkend. Als twee bekende mannetjes elkaar weer ontmoeten is het normaal dat ze elkaar enige minuten vlooien voor ze samen op pad gaan. Als er daarna enige concurrentie ontstaat, zoals om het recht om te paren, laat het ondergeschikte mannetje de ander voorgaan. Maar waarom trekken mannetjes samen rond? Hoewel ze soms achter hetzelfde bronstige wijfje aan lopen, of in dezelfde vruchtbomen foerageren, trekken ze soms ook als ‘mannengroep’ rond wanneer er in het hele gebied van de gemeenschap een overvloed aan voedsel aanwezig is. Dan is de lucht vervuld van lange-afstandskreten van dieren die proberen te ontdekken waar de andere zijn en zich vervolgens bij elkaar voegen om grote groepen van wel 8 tot 40 dieren te vormen. Dit is alleen mogelijk als er voedsel in overvloed is, maar als dat er inderdaad is, hebben chimpansees (vooral de mannetjes) de neiging zich in groepen te verzamelen. Mannelijke groepsvorming is vooral opvallend aan de grenzen van het woongebied van een gemeenschap, en ze doet dienst bij zowel verdediging als aanval. Als groepen van verschillende gemeenschappen elkaar toevallig ontmoeten geven ze roepen waaruit de relatieve grootte van hun groep blijkt de kleinere groepen trekken zich sneller terug. Als er maar een paar mannetjes zijn worden ze niet aangevallen. Dergelijke confrontaties kunnen echter leiden tot het verlies van een rijk voedselgebied, en seizoengebonden wisselingen in de verspreiding van het voedsel kan betekenen dat kleine groepjes regelmatig door hun buren worden verdrongen. Wat ook voor komt is dat groepen elkaar met opzet ontmoeten. Gewone chimpansees vormen ‘grenspatrouilles’: groepen mannetjes die de grenzen van hun woongebied afgaan en daar wel twee uur lang blijven zitten om naar de aangrenzende gebieden te kijken en te luisteren. Als er niets te horen of te zien is, gaat de patrouille of verder, of hij gaat terug. Als er een grote groep wordt ontdekt, wordt er tegen elkaar geschreeuwd. En als een enkel mannetje wordt gezien, wordt hij soms beslopen, nagejaagd en aangevallen door de hele groep, waarbij sommige mannetjes hem vasthouden terwijl andere hem slaan of bijten. De toegebrachte verwondingen kunnen binnen een paar dagen tot de dood leiden. Dit zijn uiteraard zeldzame confrontaties, maar er zijn meer dan tien gevallen met dodelijke afloop bekend door dergelijke aanval en, waarbij vijf verschillende gemeenschappen betrokken waren. Als eenzame mannetjes zo kwetsbaar zijn bij een aanval van een grotere groep is het niet verbazingwekkend dat mannetjes elkaars gezelschap zoeken en dat hoger geplaatste mannetjes de aanwezigheid van ondergeschikte mannetjes tolereren. Wijfjes zijn ook kwetsbaar als ze alleen zijn, maar op andere manieren. Moederdieren die naar een naburige gemeenschap verhuizen lopen het risico dat ze aangevallen worden of dat hun jongen gedood worden door de aanwezige mannetjes, die hun slachtoffers soms opeten. Zelfs de vaste bewoners van een gebied zijn niet altijd veilig. Er zijn geheimzinnige gevallen waargenomen van mannetjes die de jongen doodden die in hun eigen gemeenschap geboren waren. Andere moederdieren vormen ook een potentiële bedreiging. Eén wijfje leidde haar dochter bij het doden van verscheidene jongen van wijfjes die in hetzelfde gebied woonden. Dit gedrag heeft de kansen van de dochter misschien vergroot om een eigen kerngebied in de buurt van haar moeder te vestigen; maar wat de oorzaak ook geweest mag zijn, dergelijk gedrag benadrukt de kwetsbaarheid van de jongen. Moeders met jongen van minder dan een jaar brengen meer tijd in het gezelschap van mannetjes door dan moeders met grotere jongen, misschien vanwege de bescherming. Zelfs de moeder zelf kan aangevallen worden. Van minstens twee oude wijfjes is gezien dat ze stierven als gevolg van een groepsaanval door mannetjes van naburige gemeenschappen. De wreedheid en de felheid waarmee een groepsaanval gepaard gaat, impliceren dat er grote voordelen mee gemoeid zijn. In één geval verloor een gemeenschap met een paar wijfjes alle mannetjes in een periode van vier jaar. Dieren uit een naburige gemeenschap bezetten het bijna lege gebied, wat in latere jaren tot twee bloeiende gemeenschappen leidde. Of de concurrentie om voedselgebieden of die om de paringsrechten belangrijker is moet nog ontdekt worden.

(K) = Kwetsbaar, beide soorten zijn kwetsbaar.

5 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Waardering 100% (2 Beoordelingen)

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Nieuws - Dieren

Recent bezocht

Laatste reacties