Hoe vangen en verteren vleesetende planten hun prooi

Hoe vangen en verteren vleesetende planten hun prooi

Hoe werken vleesetende planten precies

Vleesetende planten groeien vaak op voedselarme bodems waar weinig stikstof en andere voedingsstoffen beschikbaar zijn. Om toch genoeg voeding binnen te krijgen, hebben ze slimme manieren ontwikkeld om insecten en andere kleine diertjes te lokken, te vangen en te verteren. Zo halen ze extra voedingsstoffen uit hun prooi, terwijl ze voor de rest gewoon fotosynthese doen zoals andere planten.

Belangrijkste soorten vallen

Er bestaan verschillende soorten vallen die je bij vleesetende planten tegenkomt. Bekervallen, zoals bij de trompetbekerplant, werken als een gladde glijbaan. Insecten worden aangetrokken door kleur, geur en nectar, verliezen hun grip en vallen in een vloeistof onderin de beker waar ze verdrinken en worden afgebroken. Kleefvallen, bijvoorbeeld bij zonnedauw, gebruiken kleverige druppels op klierhaartjes. Als een insect vastplakt, krult het blad langzaam om de prooi heen, zodat er meer contact is met de verteringssappen. Klapvallen, bekend van de venusvliegenvanger, reageren op beweging. Wanneer een insect meerdere tasthaartjes aanraakt, sluit de val razendsnel, waarna het blad zich verder dichtknijpt en de vertering begint.

Hoe lokken vleesetende planten hun prooi

Het vangen van prooi begint met verleiden. Vleesetende planten gebruiken daarbij verschillende signalen die inspelen op het gedrag van insecten. De combinatie van kleur, geur en zoete nectar maakt de vallen bijzonder aantrekkelijk. Veel soorten lijken voor insecten op bloemen of veilige rustplekken, waardoor ze gemakkelijk worden misleid.

Rol van kleur, geur en nectar

Felle kleuren, zoals rood en paars, trekken bijvoorbeeld vliegen en kevers aan. Sommige planten produceren geuren die op rottend fruit of nectar lijken, zodat ze als voedselbron worden gezien. Aan de randen van de vallen zit vaak echte nectar die insecten verleidt om steeds dichter bij het gevaarlijke deel van de plant te komen. Zodra het dier eenmaal in de gevarenzone is, zorgen gladde oppervlakken, naar binnen gerichte haartjes of een plots dichtklappend blad ervoor dat ontsnappen bijna onmogelijk wordt.

Hoe verloopt de vertering van de prooi

Wanneer de prooi vastzit, begint de belangrijkste fase voor de plant: het verteren en opnemen van voedingsstoffen. Dit proces verloopt verrassend zorgvuldig en kostbaar voor de plant, daarom wordt het alleen gestart als er echt prooi aanwezig is.

Verteringssappen en opname van voedingsstoffen

Veel vleesetende planten scheiden speciale verteringsenzymen uit, vergelijkbaar met de spijsverteringssappen in een dierlijke maag. Deze breken eiwitten, vetten en andere stoffen uit het insect af tot kleine deeltjes. Bij bekervallen gebeurt dit in de vloeistof onderin de beker, bij kleefvallen en klapvallen op het bladoppervlak zelf. Na verloop van tijd blijven vooral harde delen zoals schildjes en vleugels over. De opgeloste voedingsstoffen, vooral stikstof en fosfor, worden via het blad of de bekerwand opgenomen in de plant. Zo kan de plant blijven groeien op plaatsen waar andere planten het moeilijk hebben, zoals zure veengebieden of extreem arme zandgronden.