Waarom ontstaat blauwalg in zwemwater en hoe kun je algenbloei voorkomen

Waarom ontstaat blauwalg in zwemwater en hoe kun je algenbloei voorkomen

Wat blauwalg precies is

Blauwalg is geen echte alg, maar een groep bacteriën die cyanobacteriën worden genoemd. Ze komen van nature voor in zoet water zoals vijvers, plassen en meren. Bij warm weer en weinig stroming kunnen ze zich heel snel vermenigvuldigen. Het water wordt dan groen of blauwgroen en soms vormt zich een drijvende laag op het wateroppervlak. Dit noemen we algenbloei.

Waarom blauwalg gevaarlijk kan zijn

Veel soorten blauwalg maken gifstoffen aan. Deze stoffen kunnen huidirritatie, jeuk, hoofdpijn, maag en darmklachten en oogirritatie veroorzaken. Huisdieren zoals honden zijn extra kwetsbaar omdat zij water drinken tijdens het zwemmen en daarna hun vacht schoonlikken. Daarom wordt zwemmen bij een sterke bloei van blauwalg vaak afgeraden of zelfs verboden.

Hoe blauwalg in zwemwater ontstaat

Blauwalg profiteert van een combinatie van warme temperaturen, stilstaand water en een overvloed aan voedingsstoffen. Vooral fosfaat en stikstof in het water zorgen ervoor dat cyanobacteriën sneller groeien dan andere organismen. Wanneer er te veel van deze stoffen aanwezig zijn, raakt het natuurlijke evenwicht verstoord en kan blauwalg massaal opbloeien.

Belang van voedingsstoffen en temperatuur

Voedingsstoffen komen in het water terecht via bemesting van omliggende akkers en tuinen, afspoeling van straten, bladval en soms via riooloverstorten. Bij warm en zonnig weer warmt het water snel op, vooral in ondiepe plassen. Blauwalg voelt zich dan bijzonder prettig en kan binnen enkele dagen tot een dichte laag uitgroeien. In helder, koel en voedselarm water heeft blauwalg veel minder kans.

Wat je zelf kunt doen om algenbloei te voorkomen

Volledig voorkomen is niet altijd mogelijk, maar je kunt de kans op ernstige bloei wel flink verkleinen. De sleutel is het beperken van voedingsstoffen en het verbeteren van de waterkwaliteit. Zowel beheerders van zwemwater als omwonenden en recreanten hebben hierin een rol.

Maatregelen rond vijvers en plassen

Beheerders kunnen de toevoer van meststoffen uit de omgeving verminderen, bijvoorbeeld door natuurvriendelijke oevers aan te leggen met riet en andere waterplanten. Deze planten nemen voedingsstoffen op en zorgen voor meer schaduw. Ook kan het helpen om slib met veel fosfaat van de bodem te verwijderen of om water meer te laten doorstromen. In kleinere vijvers wordt soms gekozen voor beluchting of fonteinen om het water in beweging te houden.

Wat jij als recreant kunt doen

Als bezoeker kun je helpen door geen brood of etensresten in of bij het water te gooien en door honden niet in kwetsbare vijvers te laten zwemmen. Gebruik zo min mogelijk meststoffen in je tuin als die grenst aan een waterpartij en zorg dat regenwater niet rechtstreeks met veel vuil of aarde het water instroomt. Controleer altijd de actuele waterkwaliteit via de website van lokale overheden of informatieborden bij officiële zwemplassen en ga niet zwemmen als het water troebel, fel groen of sterk ruikend is.