Hoeveel energie verbruikt een koolmees in een nacht van -5 graden en wat geef je hem

Hoeveel energie verbruikt een koolmees in een nacht van -5 graden en wat geef je hem

Een koolmees weegt maar zo'n 18 gram en kan in een koude nacht van -5 graden tot ongeveer 10 procent van zijn gewicht verliezen, dat is bijna 2 gram. Om dat 's ochtends weer aan te vullen heeft hij snel energierijk voedsel nodig, zoals vet en zonnebloempitten. Leg je dus voor het donker iets neer, dan geef je hem precies wat hij op het moment van de dag het hardst nodig heeft.

Waarom een kleine vogel zo snel energie verliest

Hoe kleiner het lichaam, hoe sneller de warmte verdwijnt. Een koolmees houdt zijn lichaamstemperatuur op ongeveer 40 graden, ook als het buiten vriest. Dat lukt alleen door 's nachts te blijven trillen met de spieren en de veren op te zetten. Die nachtelijke warmteproductie verbruikt het vet dat hij overdag heeft opgebouwd. Is het een lange, koude nacht van veertien uur in december, dan is er weinig speelruimte.

Een rekensom voor één nacht

Verliest een koolmees van 18 gram ruim 10 procent in een nacht, dan is dat 1,8 gram. Een gram zonnebloempit levert veel meer energie dan een gram zacht voer, omdat de pit voor ongeveer de helft uit vet bestaat. Een handvol pitten is voor jou weinig, maar voor een mees is een paar gram al het verschil tussen een rustige morgen en een uitgeputte vogel.

Wat leg je neer bij vorst

Geef bij vorst vooral vetrijk voer. Een vetbol zonder netje, een vetblok of ongezouten zonnebloempitten zijn goede keuzes. Welke soorten het beste werken lees je in het artikel over welke zaden mezen en roodborstjes het liefst eten. Vermijd brood, gezouten pinda's en etensresten, want die geven weinig energie of kunnen schadelijk zijn.

  • Hang het voer op een plek waar katten niet bij kunnen
  • Zet het voer 's middags klaar, zodat mezen voor het donker kunnen eten
  • Houd een schaaltje water vorstvrij en ververs het elke dag

Zo help je ook de nacht door

Een goed gevulde voederplek is maar de helft. Een nestkast die je in november hebt schoongemaakt, wordt in de winter regelmatig gebruikt als slaapplaats. Meerdere mezen kunnen er dicht tegen elkaar kruipen, wat bij vorst veel warmte scheelt. Plaats hem daarom uit de wind, met het invlieggat naar het zuidoosten.

Zie je een mees die bij vorst weinig beweegt en zijn veren opgezet houdt, laat hem dan met rust en zorg dat er voer en water in de buurt liggen. Meestal herstelt hij binnen een paar uur zodra de zon opkomt en er iets te eten is.

Let ook op het moment waarop je bijvult. Mezen eten het meest vlak na zonsopgang en in de late namiddag, dus een volle voederplek op die momenten is het nuttigst. In een Vlaamse tuin met een koude week in januari kan een enkele voederplek al tientallen bezoekers per dag krijgen. Controleer daarom elke dag even of er nog genoeg ligt, en haal oud of nat voer weg zodat er geen schimmel ontstaat.